Waarschuwing

Jaren geleden woonde ik in een straat in Lemmer waar het altijd, ’s nachts iets minder, druk was, en dat is vaak leuk, en soms niet. Zo vond ik het altijd gezellig dat mensen zwaaiden, waarna ik terugzwaaide. Minder leuk was dat men je de sperziebonen van het bord zag, maar goed.
Een ander minder plezierig aspect was dat mijn slaapkamer zich aan de straatzijde van het huis bevond. ’s Nachts werd je steevast wakker van mensen die de avond in het dorp doorgebracht hadden, en hiervan iedereen op de hoogte wilden stellen. En met name Koos, een kennis; als hij mij een avond niet getroffen had in het uitgaansleven, dan bleef hij, eenmaal op de weg naar huis en zwaar beneveld, altijd onder mijn raam staan schreeuwen totdat ik wakker werd. Puur en alleen om mij te vertellen wat ik zoal wel niet gemist had.
“Jan! Jaaan! Jaahaaan! Wakker worden!”
Ik werd dan ook wakker, en terwijl ik dan zinspeelde met de gedachte toch eens een kruisboog aan te schaffen, bleef ik rustig liggen tot hij verder liep. Nadat ik een paar ochtenden, met ogen die aanvoelden als schuurpapier, van bed was gekomen, heb ik hem eens gewaarschuwd.
“Koos, het moet nu ook eens een keer gebeurd zijn met dat gesodemieter altijd ’s nachts. Waar gaat dat over?”
“Ach, joh. Dat is toch geinig? En wat kan mij het trouwens schelen: ik mag roepen waar en wanneer ik maar wil!” was dan steevast het antwoord. Zelf weten.Tijd voor een tegenactie.
Op een woensdagnacht sloop ik met een oude cassetterecorder via een steeg naar de achtertuin van Koos. Alles was donker. De hele buurt lag blijkbaar al in bed. Natuurlijk, morgen moest er weer worden gewerkt. Ik had een lange lijnstok met een haak meegenomen. Mijn plan was simpel: ik zou de cassetterecorder starten met de volumeknop op de hoogste stand, en aan de haak in de dakgoot neerleggen. De eerste tien minuten zou er niets te horen zijn, maar daarna zou hij vijfendertig minuten lang kunnen genieten van heerlijke rocknummers zoals Whole lot of Rosie van ACDC en Rock and Roll van Led Zeppelin. Eens kijken of zijn buren het ook zo leuk vonden om midden in de nacht wakker te worden. Ik had met opzet de eerste tien minuten van het bandje leeg gelaten. Die tijd was ik namelijk nodig om mijn plan tot uitvoering te brengen, en weer te verdwijnen zonder gepakt te worden.
En het lukte ook. Ik plaatste de cassetterecorder op het dak en verdween. Op het einde van de steeg, waar een heg mij, en mijn lijnstok, aan het zicht onttrok, wachtte ik. Even later begon het feest. Met een oorverdovende gitaarsolo werd een nummer begonnen dat bij Koos en zijn buren het dekbed omhoog moet hebben doen laten komen, en hoe de ramen van Koos zijn woning het uithielden is mij nog een raadsel. Leuk.
Lichten gingen aan, ramen werden geopend, er werd gescholden. Na een poos begrepen zowel Koos, die ook uit het raam hing, als zijn buren bij wie het geluid vandaan kwam. En hoewel er dreigementen geuit werden die een beetje chirurg nooit weer herstellen kon, duurde het nog een kwartier voordat Koos een ladder gevonden had, en de rust weer terugkeerde.
Ik denk dat Koos heel goed begreep wie voor deze heerlijk grap verantwoordelijk moest zijn, want sindsdien liep Koos heel rustig langs de ramen van mijn huis.
Ook ’s nachts.
Terug