Vroeger

In het etablissement waar al jaren een café gesitueerd is zat ik nog maar net aan de koffie toen er een ouder echtpaar binnentrad. Ze namen plaats aan het tafeltje naast me en spraken niet, totdat er iemand kwam die hen vroeg wat het mocht zijn.
"Een thee en een koffie." antwoordde de man met een zucht zonder zijn vrouw iets te vragen.
"Wat voor thee? Bosvruchten-, kersen-, kaneel- of aardbeienthee?" probeerde de jongeman enige duidelijkheid omtrent de bestelling te krijgen. De oudjes keken elkaar verbaasd aan waarna hun ogen wederom richting kelner gingen.
"Pickwick."
De jongeman glimlachte en begaf zich naar de bar waarna de man en vrouw overgingen op een conversatie met mompelende toon. De kelner kwam terug.    
"Hier zat vroeger toch een gasdepot, of niet?" vroeg de vrouw de jongeman nieuwsgierig.
"Ach, dat kan hij niet weten; dat was voor zijn tijd." bespaarde haar man de kelner het antwoord.
"Ik zou het inderdaad niet weten, maar ik zal het Bosma wel even vragen. Die weet het vast."
"Ach, doe geen moeite." sprak de man wederom, maar de kelner hoorde hem al niet meer.
Nu volgde er een conversatie tussen de oudjes over wie Bosma dan wel niet mocht zijn, en over mogelijke
ouders van de goede man, maar ze schenen het niet met volledige zekerheid vast te kunnen stellen.
Totdat Bosma arriveerde en men gedrieën via achternichten uit St. Jut en oudtantes van de Nieuwburen, tot de conclusie kwamen dat zijn ouders Henk en Geesje uit het voormalige Achterom waren.
"Dus, weer even terug in ´t dorp. Lang weg geweest?"
"Dertig jaar. Maar ja, Canada is ook niet naast de deur."
"En hoelang blijven jullie?"
"Alleen vandaag. We zijn vanochtend gebracht en gaan straks met de bus weer terug. We logeren bij Willem zijn zuster in Heerenveen en wilden beslist nog even kijken hoe of het hier nu was, maar er is niets van vroeger over! Verschrikkelijk."
"Ja, de tijd gaat door." probeerde Bosma een klaagzang te voorkomen, maar hij was wat aan de late kant.
"Het strand is het strand niet meer. Het centrum ken je niet meer terug. Ons oude huis? Gesloopt, er staat nu een soort flatgebouw. Waarom? En waar is het park gebleven? Heb je dat gezien? Een veredeld grasveld, meer is het toch niet meer? En wat dacht je van..."
"Ach, meid, wind je niet zo op. Dat is geweest. Zo gaat dat nou eenmaal." relativeerde de man.
"En toch vind ik het zonde. Je kent je eigen dorp toch zeker niet meer! Kom je na al die jaren weer eens terug.
Of ik in een ander dorp sta!"
Zowel Bosma als de man hielden wijselijk de kaken op elkaar, terwijl de vrouw nog wat verder pruttelde.
Nadat Bosma even later afscheid van ze genomen had betaalden de oudjes en stapten naar buiten. Ze staken de weg over, waarna ze een poosje verontwaardigd heen en weer liepen.
Zo nu en dan een richting opwijzend.
Ik denk dat ze de bushalte zochten die zich hier ooit eens voor het café bevonden had,
maar alweer een jaar of tien een straat verder gelegen is.