Vogels

Wat weinig mensen weten, en wij lopen er ook niet mee bij de deuren langs, is het feit datvrijwel alle mannelijke telgen van het geslacht Sloothaak, enorme vogelkenners zijn. Voor ons geen nieuws, want die kennis van vogels wordt ons al vanaf zeer prille leeftijd, van vader op zoon, bijgebracht en dat gaat op een hele normale wijze: de vraag naar die kennis is er van nature, en aan die vraag wordt met plezier voldaan. Hoe het komt weten wij niet. Naar alle waarschijnlijkheid valt een en ander terug te leiden naar een voorvader die aan het begin van de negentiende eeuw in een bos woonde, en zelf bekend stond als een nogal vreemde vogel. Ik begrijp dat u dit wellicht allemaal wat opschepperig zal overkomen, maar dat is niet de bedoeling, want van opscheppen moet ik niets hebben, behalve bij zuurkool met worst, daar mag ik mij met graagte aan overgeven. De feiten spreken voor zich, overigens. Het is bijvoorbeeld bekend, met name bij de zeer ingewijden, dat vrijwel iedere mannelijke telg van ons geslacht alleen al aan de wijze waarop een merel zijn linkerpootje op een tak neerzet, u kan vertellen hoeveel kinderen ze heeft. En zou iemand het echt willen weten, dan zou diegene zelfs te horen kunnen krijgen of ze hoog of laag is bevallen. Ja, we staan er soms zelf ook van te kijken. Gelukkig is het tot nu toe nog maar eenmaal gebeurd dat een mannelijke telg van onze familie helemaal niets met vogels had. Of laat ik dat anders formuleren: hij was idolaat van ze, en de behoefte aan deskundigheid was er ook, maar je kreeg hem weinig aan het verstand. Die verklaring is mij ooit toevertrouwd, tenminste. Het schijnt een oudoom van mijn opa geweest te zijn, en hoewel zijn vijf broers tot in de details bijzonderheden over een bepaalde vogel wisten te noemen, kwam hij niet verder dan het verschil te zien tussen een kip en een kievit. Ach, en zijn vader en zijn broers deden alles wat in hun macht lag om hem deskundiger te maken. Want hij wilde wel, maar het zat er niet in. Zelfs een eenvoudig gegeven als het herkennen van nekkramp bij een fuut kreeg hij niet voor elkaar. Nadat hem een ongeluk overkwam besloten ze echter met hun pogingen te stoppen.Het was op een zondagochtend toen hij met een vriend over straat liep en hij, vlak voordat ze de hoek wilden omslaan, ineens stil bleef staan.
“Moet je luisteren. Dat geluid, om de hoek. Als dat het geluid niet is van twee vechtende reigers!” fluisterde hij enthousiast. Maar hij kon er niet verder naast zitten, want het was het geluid van een paardenkar, die hem onmiddellijk nadat hij om de hoek was gekomen, omver reed en een gebroken been bezorgde.
“Ik ben altijd in de war met die twee.” probeerde hij nog als excuus, maar dat mocht niet meer baten.Tot mijn groot genoegen moet ik vaststellen dat ook bij de, tot nu toe, laatste generatie van ons geslacht de liefde voor vogels aanwezig is. Mijn zoontje, ik ben inmiddels de trotse vader van twee kinderen, vraagt met regelmaat welke vogel er nu weer op de schutting zit, waarna ik hem alle details geef. Hoewel ik sinds die keer dat veertig rotganzen besloten onze tuin met een bezoek te vereren het genre van de lokroep even laat voor wat het is, vertel ik hem met veel plezier de andere bijzonderheden. En dat gaat heel lekker. Hoewel hij mij gisteren liet schrikken. Iedere avond vliegen er wolken vogels over ons huis, en steevast staat hij dan bij de vensterbank te kijken. Zo ook gisteravond.
“Oh, kom eens kijken wat een boel vogels.” Hij is vijf.
“Oh, kijk! Een haan. Kijk. Daar, een haan!” Hij wees naar buiten en hier schrok ik toch even, want dat kon bijna niet. Niemand bij ons in de buurt heeft een haan, en enigszins teleurgesteld liep ik naar het raam. Waar mijn teleurstelling onmiddellijk verdween, want bij de buurman zat een haan op de windwijzer. Wel geen levende, maar eentje van hout, met een prachtige rode kam. Ik kon niets anders dan hem zijn gelijk geven, al kon ik hem over dit exemplaar weinig vertellen.