verbod

Het klokje in het dashboard gaf zeven uur aan.
De afgelegen landweg lag er verlaten bij.
Tot in de verste verte viel er geen mens te bekennen, zelfs niet bij de nabijgelegen boerderij.
Slechts de koeien die de landweg als hun thuis beschouwden, konden zich eens achter de oren krabben,
of hoe ze ook uiting geven aan verbazing, over de oranje VW-Jetta, die zo brutaal op dit vroege tijdstip hun domein was binnen komen pruttelen.
Achter de regendruppels die langs de ramen van het vehikel naar beneden gleden,
konden ze, mits de interesse daar voor aanwezig mocht zijn,
in de Jetta twee mannen ontdekken die de omgeving nauwlettend gadesloegen.
Denk nu niet: hij heeft een ontmoeting met het Oezbekistaanse equivalent van James Bond,
 want dan zit u fout. Sjaak zat naast me.
En Sjaak is al blij als hij weet waar Munnekeburen ligt, laat staan dat hij als geheim agent
door het leven zou moeten gaan. Hij zou een gevaar voor zichzelf zijn.
Nee, die ochtend waren wij zo vroeg vertrokken, om eieren te gaan zoeken.
Kievitseieren.
Aangezien de kans klein geacht mag worden dat je deze in de Hema
vindt, bevonden wij ons nu tussen de landerijen die gelegen zijn
achter het plaatsje Sloten. Men zou ook kunnen stellen dat we in de weilanden vóór Sloten
zochten, maar dat is maar net waar je vandaan komt.
"
Zin in koffie?" vroeg Sjaak, terwijl hij in volledige concentratie zijn blik op de lucht
boven de weilanden gevestigd hield.
"
Lekker." antwoordde ik, want ik leef op koffie.
Zo zaten wij daar maar wat.
Je kijkt je de wimpers van je ogen, drinkt koffie tot je Douwe Egberts zelf voor je ziet
verschijnen en produceert al rokend een mistbankje.
Normaliter houdt je dat een paar uur vol en dan ga je naar een ander weiland.
Zo dacht ik ook deze ochtend te volbrengen, ware het niet dat Sjaak,
al turend door de verrekijker, begon te ratelen. En als Sjaak ratelt zijn er eieren.
"
Ja, ja, ja, ja, ja, ja. Moet je kijken, helemaal achterin, hij slaat op een kraai!
Ja, ja, ja, ja, ja. D'r uit! D'r op af!"
Ik besloot te blijven zitten. Het was mij te ver, en ik wilde mijn koffie eerst eens even
rustig opdrinken.
Sjaak had het schuim echter al op de lippen en wilde onmiddelijk gaan kijken.
"
Zet hem op!" riep ik hem na.
Hij
had nog maar een meter of vijftig afgelegd toen er een tractor
vanaf de boerderij vertrok. Een oud baasje, met een sigaar in de mond, achter het stuur.
Ook hij ging nu het weiland binnen, en reed regelrecht op Sjaak af.
Aan de bewegingen van Sjaak kon ik zien dat er een hevige discussie
ontstond die ophield toen Sjaak een wegwerpgebaar maakte en doorliep.
Waarschijnlijk vond de boer het niet goed dat hij eieren ging zoeken op zijn land.
Het oude baasje ging weer naar huis en verdween achter de bomen die zijn erf omsloten.
Even later verscheen hij weer, maar nu met een tamelijk bruut uitziend figuur
met een hooivork, waarschijnlijk zijn zoon. Het verbaasde mij dat iemand met een hooivork
zo snel kan rennen. Sneller dan Sjaak tenminste, hoewel die hem ook wel wat laat zag aankomen.
Sjaak kan echter, zo bleek, weer beter springen, hetgeen er handig was
bij de tamelijk brede sloten.
Al springend en rennend verdwenen de twee even later achter een bos,
waarna het nog zeker een kwartier duurde voordat een zwaar hijgende, hevig transpirerende Sjaak,
met een been onder de zwarte, stinkende modder, en de ogen enigszins verwilderd in de kassen,
plotseling bij de auto opdook en gehaast instapte. 

'We mogen hier niet in.' sprak hij alsof er niets gebeurd was en de motor startte.
 Ik had al zo'n vermoeden.