Toeval

Toevalligheden intrigeren mij bijzonder, ik vraag mij vaak af of iets toeval is, of dat het, zoals men het noemt, "zo heeft moeten zijn". Ook stel ik mijzelf regelmatig de vraag of er verbanden bestaan tussen bepaalde gebeurtenissen, of dat we daadwerkelijk kunnen spreken van toeval. Zoiets kan mij namelijk mateloos boeien, ziet u. Laat ik u eens een situatie schetsen, die mij tot diep nadenken dwingt. Een voormalige buurman van mij moest om een baan als buschauffeur te bemachtigen, een dagje proefdraaien. Zijn toekomstige vrouw ontmoette hem die avond, omdat ze met haar moeder op de terugweg was naar Lemmer. Zij waren in Sneek geweest voor het kopen van een nieuwe broek. Een nieuwe broek voor vader. De oude broek had de goede man namelijk gescheurd bij een val van zijn fiets, omdat hij een kat die de weg overstak niet tijdig had opgemerkt. Normaliter reed hij via een andere straat naar huis, maar die was nu opengebroken. Die kat zat eigenlijk altijd binnen, maar... Nou ja, om een lang verhaal kort te maken; mijn buurman en mijn buurvrouw keken elkaar aan, raakten in gesprek en zijn inmiddels veertig jaren gelukkig getrouwd. Is dit nu toeval? Of heeft dit zo moeten zijn? Wat denkt u van het feit dat de Titanic in April haar tragisch verlopen reis aanving, en onze kameraad Koop, die al vele voorbeelden van ongelukkig handelen heeft mogen vertonen, vele jaren later in April geboren werd. Is hier sprake van toeval, of is het zo dat we kunnen stellen dat er een nevel van tragiek om deze maand hangt? Dezelfde Koop overigens die ooit door toeval in een uiterst hachelijke situatie kwam te verkeren. Jaren geleden, terwijl een strenge winter ons land teisterde, besloot Koop naar de Weerribben af te reizen, en een middag te gaan schaatsen door het mooie landschap aldaar. Dat kon, er lag ijs genoeg in de slootjes, kleine vennen en kanalen die het gebied er rijk is. Koop reed er een beetje voor het vaderland weg, genietend van de rust en de natuur om zich heen. Zo nu en dan keek hij een poosje naar beneden, naar zijn schaatsen, waarna hij zich binnen luttele seconden het kunstschaatsen eigen moest maken om vooral niet met een klap het riet in te jakkeren, maar dat mocht de pret niet drukken.Tot hij verdwaald raakte en niet precies meer wist waar hij zich zo'n beetje bevond. Onbevreesd schaatste onze held echter door, liep zo nu en dan eens een kwartiertje over een diepbevroren akker, stak onbedoeld verschillende vennetjes vanuit meerdere windrichtingen over, om uiteindelijk via een heel smal slootje op een groot kanaal te belanden waar, zo meende Koop, allemaal mensen langs de kant stonden die naar hem op zoek waren geweest. En kijk eens hoe blij ze zich toonden, nu bleek dat hij terecht was. Ze zwaaiden en zwaaiden. Even later hield een menigte hem zelfs tegen, en feliciteerde hem.
"Mensen, maak jullie niet zo druk, dat doe ik ook niet!" riep Koop nog. En dat klopte, want dat deed hij op dat ogenblik ook niet. Later wel, nadat een man op hem afkwam met een krans, en een enveloppe met inhoud wilde overhandigen, met de woorden:
"Proficiat, met het winnen van de enige schaatswedstrijd die er toe doet: De Honderd kilometer om Kalenberg!"
"Schaatswedstrijd? De Honderd kilometer om Kalenberg?", antwoordde Koop. "Kom, kom. Ik ben wel eventjes de weg kwijtgeraakt, maar honderd kilometer is dat niet wat teveel van het goede?!" Al snel werd de organisatie duidelijk dat men hier niet de terechte winnaar voor zich had. Maar hoewel Koop het op toeval gooide, dacht de organisatie met iemand te maken te hebben die de zaak moedwillig had proberen te bedriegen. Evenals de menigte. Die dat ook lieten blijken. De sfeer werd zelfs dusdanig agressief dat Koop het hazepad koos, met in zijn kielzog enkele leden van de organisatie, alsmede enkele vrijwilligers uit de menigte. Nu moet ik daar aan toevoegen, dat men weliswaar de verkeerde persoon had gehuldigd, maar wie Koop op dat moment zag schaatsen, wist meteen: hij had de winnaar kunnen zijn.