taal

Enige kennis der taal is altijd handig op vakantie.
Mits de taal tenminste bij het juiste land hoort, want je hebt er weinig aan als je Grieks spreekt,
maar je vakantie  doorbrengt in Ierland.
 Zodoende had Frits, een goede vriend waarmee ik naar Oostenrijk was afgereisd
voor een week wintersport, dan ook een probleem; alles wat hij wilde zeggen, 
moest door mij vertaald worden, want Frits kent naast het
Nederlands slechts nog een dialect: plat Alkmaars,
en daar kom je in Oostenrijk niet al te ver mee.  
Op de derde avond van ons verblijf ontmoetten wij, in de kroeg onder het hotel
waar wij verbleven, de zeer welogende Gertrude. Niet alleen dochter van de hoteleigenaar,
maar tevens iemand waar Frits bijzonder graag nader kennis mee zou willen maken,
en bij dergelijke situaties probeer je nu eenmaal liever zelf je gedachten te vertalen.
"
Blijf jij hier maar." sprak hij dan ook,
"Ik zal eens kijken of ik mij zonder je kan redden."
N
onchalant liep hij op haar af, tikte haar op het schouder, en scheen iets te vragen.
Ze antwoordde met een lachje, en hij scheen haar nog iets te vragen,
waarna ze haar schouders ophaalde, en ze aan een tafeltje plaatsnamen.
Zo bleven ze een paar minuten zitten. Minuten waarin Frits aan stuk doorsprak,
Gertrude belanstellend luisterde, Frits ineens hard begon te lachen, en onmiddelijk daarna
een hoek van Gertrude op zijn neus kreeg.
Gertrude riep hem iets toe, en beende weg.
De hoteleigenaar kwam bijzonder driftig vragen of wij misschien liever elders wilden overnachten.
"
Ik probeerde haar een mop te vertellen!" sprak Frits stomverbaasd.
Ik vertelde de eigenaar over Frits zijn Alkmaars, dat het een en ander op
een misverstand moest berusten, en alles werd gesust. Gelukkig.
De volgende dag waren wij al vroeg op om te gaan skiëen, rond half elf waren we boven,
genietend van een uitstekend vergezicht en gezonde lucht.
"
Laten we over die bospaden naar beneden gaan." stelde Frits voor,
hetgeen wij deden, met alle gevolgen vandien. Na een paar bochten werd Frits zo enthousiast
dat hij geen gevaar meer zag, en even later, na een aardige Rietberger, met een dergelijke klap tot stilstand
kwam dat ik even om mij heen keek voor een mogelijke lawine. Frits schreeuwde het uit.
De dokter in het dorp constateerde een zwaar gekneusde heup, en het skiëen was
voor Frits voorbij.  's Avonds in de kroeg kwam de eigenaar weer op ons af.
Ditmaal informeerde hij echter in alle vriendelijkheid naar de gesteldheid van Frits,
die ik hem uit de doeken deed.
"
Du hast schwein gehabt!" stelde de eigenaar.
"
Wat zegt 'ie?" vroeg Frits.
"
Een Oostenrijkse uitdrukking; dat je geluk hebt gehad."
Frits knikte de man toe, en lachte.
"
Und, deed de eigenaar een poging de plooien van de vorige avond omtrent zijn dochter
en Frits enigszins glad te strijken, "hast du schon mit meinem tochter getanst?"
"
Of je al met zijn dochter hebt gedanst?" vroeg ik overbodig, omdat Frits amper lopen kon.
"Nein." antwoordde Frits in half-Oostenrijks om vooral zijn zijn goede wil te tonen,
"Das schwein heb ich nog niet gehabt."
Uit de reactie van de hoteleigenaar die op dit zinnetje volgde,
kon ik wel opmerken dat ik niet meer over Alkmaars hoefde te beginnen,
en wij de koffers alvast wel konden pakken.