Stamboom

In een poging onze stamboom op papier te krijgen, heb ik de afgelopen maanden menig uur doorgebracht in het gemeentearchief. Inmiddels gaat onze stamboom terug tot in de zestiende eeuw, want tot zover heb ik alle mannelijke leden kunnen traceren, alsmede hun echtgenotes. Tot mijn verbazing trof ik tussen deze voorouders niet minder dan vier personen aan die van beroep uitvinder zijn geweest. Hoewel ik wist dat de drang naar innovatie ons nu eenmaal vaak door het lijf giert. Of het moet de dorpskern van Lemmer betreffen, dan gaat onze voorkeur juist uit naar renovatie. Ook waren mij op verjaardagen bij mijn grootouders wel eens verhalen ter ore gekomen over familieleden uit een ver verleden die nogal ontevreden waren met de mogelijkheden van hun tijd, maar veel notie heb ik er toen niet van genomen, en nu blijkt dus dat zij daadwerkelijk hebben bestaan.
Op geen enkele uitvinding van mijn voorouders is patent aangevraagd. Was dit wel gedaan dan waren zij op z’n minst zeven reїncarnaties uiterst gefortuneerd door het leven gegaan, alsmede hun nakomelingen. Wie de rekeningen ziet die mij dagelijks op de deurmat vallen, zal begrijpen dat ik mij daar nu nog behoorlijk kwaad om kan maken, maar het is vooral zuur om te weten dat de verzinsels van mijn voorouders wereldomvattend en hun tijd ver vooruit waren, terwijl anderen decennia later met de eer gingen strijken, door hetgeen wat al lang uitgevonden was, nogmaals uit te vinden en aan de grote klok te hangen.
Zo blijkt er in 1750 een voorouder geweest te zijn die een stoomlocomotief uitvond, en tevens de rails, maar de mogelijkheden van zijn vondst hevig onderkende, en zich tevreden stelde met het over het erf rondrijden van de kleinkinderen. Want, daar was het hem eigenlijk allemaal om te doen geweest. Goed, ik wil er niet te lang bij stilstaan.
Noemenswaardig is ook het familielid dat in 1856 een zelfontworpen tweepersoonsvliegtuig op de wereld zette, alleen om zijn moeder eens naar haar zuster in Terwispel te kunnen brengen. Wat denkt u daar van? Ze hebben nog op hen geschoten vanuit Sloten, u kunt een van de kanonnen hedentendage nog bewonderen op de oude stadswal. Het oude mens is er toen bijna in gebleven zo heb ik vernomen, en wat wil je: je zal zo’n stalen nasibal onder je kin krijgen, terwijl het slechts je bedoeling is je zuster een cake te brengen.
En wat dacht u van de onderzeeёr. Ja, daar kijkt u van op. Ik begrijp dat volledig. Volgens de geschiedenisboeken was de Turtle de eerste duikboot, uitgevonden en wereldkundig gemaakt rond 1776, hoewel zo’n duikboot al vele jaren eerder verzonnen en gebouwd was door een Sloothaak uit Sint Johannesga. Dat was waarschijnlijk de beste uitvinding van allemaal, want de eerste de beste zaterdag dat hij tijd had, ging hij op het Nannewied onder water, en bleef onder water, totdat iemand jaren later vertelde hem in Ierland gedacht gezien te hebben. Die is dus in een ruk doorgestoomd naar het Verenigd Koninkrijk, een prestatie die pas anderhalve eeuw later werd geёvenaard met een duikboot van staal, terwijl de onderzeeёr van mijn voorvader gemaakt was van een aantal planken uit de voormalige koeienstal. Een knap staaltje werk, maar wederom geen enkel patent aangevraagd.
Ondanks dat ik daar geen nachten wakker van lig, blijft het toch jammer, maar ik denk het te begrijpen. Het heeft met ons karakter te maken. Wij hoeven niet zo nodig op de toppen van welvarendheid te varen. Wij zijn ook tevreden met een lager waterpeil, zolang het maar geen eb wordt.
Maar wat was het leuk geweest om bijvoorbeeld te horen:
“Wij gaan zondag op vakantie.”
“Oh, leuk. Met wat voor vliegtuig gaan jullie?”
“Met een Sloothaak 747.”
“Altijd goed. Lekker ruim.”
Of dat HSL niet stond voor Hoge Snelheids Lijn, maar voor Hardmetalen Sloothaak Locomotief.
Maar goed....
Laten we het er maar niet meer over hebben.