Sint Maarten

Enkele dagen voor Sint Maarten onze deur en oren teistert, koop ik altijd een grote zak snoep. Voor degenen die hun hymnen, om welke reden ook, brengen nadàt de inhoud van de zak over de eerste, weet ik hoeveel, kinderhanden verdeeld is, restten dan nog de haastig opgezochte uien en aardappelen, al dan niet met uitwas. De allerlaatsten krijgen het kunstfruit.
Merkwaardig en kindonwaardig etenswaar voor hen die op die avond wat later komen zal u denken. Misschien, maar zo'n kind verwacht toch het een en ander van je te krijgen, en ik wil ze niet teleurstellen, want kinderen komen met Sint Maarten vaak genoeg voor een dichte deur te staan.
Dat is mij op die leeftijd vaak genoeg overkomen; er brandde licht in huis, je zong jezelf de scheuren in het gehemelte, maar niemand die naar de deur kwam.
Of de bewoners kwamen naar de deur, lieten je zes coupletten van een populair Sint Maartenlied lallen, en kwamen dan rustig, of was het normaal, met de van gierigheid overlopende opmerking:
"Wij geven niet."
Wij geven niet! Zeg dat dan direct als je opendoet, schillenzuiger!
Nu kunnen kinderen er trouwens, mijns inziens, ook zelf veel aan doen om die avond zoveel, en zo vaak mogelijk, snoep te vergaren. Een geliefde manoeuvre van mijzelf was vroeger, samen met Koop op pad te gaan.
Koop had in die dagen spierwit haar, een lijkbleek gezicht, was zeer tenger en had tevens en gelukkig, een lui oog. Het enige probleem was echter dat Koop altijd een gedeelte van de omzet afdwong.
"
Koop, je moet je lap opplakken."
''Ach, die lap. Dat doe ik niet, hoor."
''Koop, geloof me, dat is beter."
''Ik wil het niet."
''Tien snoepjes en een kauwgombal."
''Vijftien en twee kauwgomballen.''
"Jij je zin. Laten we gaan."
 Nou ja, kon nog wel uit.
Aangekomen bij een willekeurige woning belden wij aan.
Zodra er licht in de hal kwam stapte Koop naar voren, waarna wij gezamenlijk mensonterend naar de onderkant van de deur begonnen te staren. Zodra die openging begonnen wij ons lied. Niet een Sint Maartenlied. Nee, een smartlap.
De aanblik van Koop, en de lap voor zijn oog, een lied over een jochie dat zijn hondje verloren had, en op een dermate hartverscheurende wijze gebracht dat er soms zakdoeken aan te pas kwamen, waren onze handjes vaak te klein, kan ik u verzekeren.
Dit ging jaren erg goed. Ik begon op den duur zelf, voor de variatie, ook al eens een willekeurig lichaamsdeel in te pakken. Daarnaast gebruikten wij, toen wij eenmaal omtrent een jaar of vijftien waren, de mascara van onze moeders om de ogen wat holler te doen laten uitkomen.

Pas nadat wij de leeftijd van zestien hadden bereikt kreeg de buurt door welk een huichelarij er al die jaren met Sint Maarten voor hun deur had afgespeeld. Dat werd ons duidelijk nadat er, bij iedere woning waar wij hadden aangebeld en opengedaan werd, iemand aan de deur verscheen die op een dusdanige manier in het verband gewikkeld was, dat wij bij de aanblik van het desbetreffende persoon, zelf zowat in snikken uitbar­sten, en op het punt stonden onze zoetigheid aan hem of haar te geven.
Op die manier ben je kansloos, al plak je een lap voor beide ogen.
Dan kun je beter stoppen.