Schoolreisje

Ach, schoolreisjes. Waren het geen spannende avonturen? Ik weet mij nog te herinneren dat wij met onze spillebenen eens naar Diever waren gefietst, en mij de trapper afbrak, zo’n beetje vlak nadat wij aan de terugtocht waren begonnen. Kom ik ooit nog thuis, was mijn eerste gedachte. Natuurlijk was het, hemelsbreed en met de auto, niet eens zo’n hele afstand, maar voor ons kinderen leek het alsof we de route van de Orient-Express op de pedalen aflegden, en dan wil je het perspectief wel eens uit het oog verliezen. Ik ben dan ook thuis gekomen. Ik moest het alleen dat hele stuk met een trapper minder doen. Dat gaat je overigens niet in de koude kleren zitten, wie tegenwoordig goed oplet kan het zelfs nog enigszins zien aan de stand van mijn heupen.
Ik weet niet wat een schoolreisje zo spannend maakte. De meest logische verklaring die ik kan geven is de weldadige verbeeldingskracht die wij er als kind, frank en vrij op loslieten. Een dagje met een boot weg, was als meevaren op de Bontekoe. Een dagtocht door de bossen bij Appelscha en je voelde je een Mohicaan.
Drie dagen Schiermonnikoog brachten het gevoel alsof je een onbewoond eiland had ontdekt, en trek in kokosnoten. Wat mij echter nog het meest bij is gebleven zijn de meer ongewone gebeurtenissen die ons ten deel vielen, en waarom ik met nog  zo veel plezier aan schoolreisjes terugdenk. Zoals bijvoorbeeld de jammerlijke voorvallen die Herman mochten gebeuren, en waardoor de arme jongen geloof ik een paar maal bijna een volledig schoolreisje heeft moeten missen. Van het eerste schoolreisje heeft hij eigenlijk alleen het begin meegemaakt. En eigenlijk, ik kan daar nu, zo’n vijfentwintig jaren na dato, wel eerlijk over zijn, is dat mijn schuld, want op de ochtend van de eerste dag kwam de leraar Aarderijkskunde naar mij toegelopen, met de volgende mededeling:
"Sloothaak, ga jij straks de aardappelen schillen. De wastobbe staat bij de grote tent."
U begrijpt dat een jongen van veertien, die zich een hele poos op het schoolreisje heeft verheugd, daar niet op zit te wachten. Gelukkig kwam juist op dat moment Herman voorbij.
"Herman, Dijkstra zei me net dat ik jou moest vragen om de aardappelen te schillen. Bij de grote tent."
’‘Oh." was alles wat Herman zei, waarna hij zich omdraaide, en zich naar de tent begaf.
Tot op de dag van vandaag begrijp ik nog niet waarom de leraar Aarderijkskunde niet ingreep, want hij had toch duidelijk mij de opdracht gegeven, maar ik bleek er vanaf te zijn. Helaas voor Herman echter ging het schillen van aardappelen hem dusdanig slecht af dat de goeierd er zo’n vijf uren per dag mee bezig was, en zodoende de helft van deze toch uiterst vermakelijke dagen moest missen, want klaarblijkelijk scheen hij te denken dat hij deze taak alle dagen diende te volbrengen. Maar, hij had nu eenmaal een hart van goud en kweet zich zonder morren van zijn taak.
Het jaar daarop zat het hem eveneens niet mee.
Drie dagen Terschelling stonden er gepland, en het leek voor Herman de eerste uren nog zeer voorspoedig te gaan. Tot wij op het strand arriveerden. Keurig ontdeden wij ons van onze schoenen, en sprongen het water in voor een koele duik. Herman ook, waardoor voor hem min of meer het schoolreisje ten einde kwam. Bij de eerste duik verloor hij namelijk per direct zijn bril. Nu moet u weten dat Herman zijn bril beslist nodig was. Hij zag geen steek zonder dat ding, wat ook wel blijkt uit het feit dat ze hem uit het water haalden, omdat hij eerst maar bleef doorzwemmen en koers zette richting Engeland. Tot overmaat van ramp had de arme ziel zijn schoenen ook nog te dicht bij het water laten staan, waar zij een gemakkelijke prooi waren geweest voor de golven, zodat hij de volgende dag in rubberen laarzen met de boot naar Harlingen kon afreizen waar zijn ouders hem zijn reservebril brachten, alvorens hij de reis naar Terschelling nogmaals kon aanvangen.
’s Avonds, een uur voordat wij ons allen ten bedde dienden te begeven, troffen wij Herman pas weer in ons midden aan, waarna hij een degelijke nachtrust mocht beleven, voordat wij allen de volgende dag al vroeg onze spullen dienden te pakken omdat wij de terugreis moesten inzetten.
Ja, ik zou die schoolreisjes graag nog eens overdoen.
Maar alleen als Herman ook weer mee gaat.