restaurant

Slechts het aanzicht van de Franse molen herinnerde nog aan de noeste arbeid uit dagen die ’s ochtends vroeg begonnen en eindigden als de zon haar kracht begon te verliezen. De molenaar was al lang geleden vertrokken, want een krijtbord bij de ingang verried de hedendaagse hoedanigheid van zijn voormalig huis: Restaurant.
 Als restaurant stond het tegenwoordig met een wankele trots prachtig te zijn boven een riviertje dat haar weg zocht langs oude bomen, om uiteindelijk een eind verder achter een boerderij te verdwijnen. Van Gogh zou er zijn fiets voor zijn afgestapt. Aangezien zowel mijn vrouw als ik trek hadden, leek het ons een aardig idee om de honger juist hier te stillen.
Eenmaal binnen wilden we gaan zitten aan een van de tafeltjes, die deel uitmaakten van een ouderwets interieur, maar een man van middelbare leeftijd kwam haastig aangelopen, en vroeg ons daarmee te wachten. Hij wilde eerst weten of we gereserveerd hadden. Ik kon slechts vermoeden dat hij dit vroeg om mijn vrouw en mij het idee te geven dat wij ons in een restaurant van allure bevonden, want de zaak was geheel leeg en zijn gedoe leek mij persoonlijk nogal overbodig. Na onze korte ontkenning wierp hij zijn armen demonstratief de lucht in, kreeg een meelijwekkende uitdrukking op zijn gelaat en slaakte een zucht. Alsof hij wou zeggen: er komt straks nog een bataljon legionairs dat op zaterdag altijd een balletje gehakt komt eten. Waar moet ik jullie kwijt? Uit de paar Franse woorden die mijn vrouw en ik gezamenlijk kennen, konden we begrijpen dat hij deze verrassing eerst met zijn moeder moest bespreken. Ik dacht dat ik een vergissing beging met de vertaling, want minder dan zeventig gaf ik hem niet, maar hij gebaarde ons te wachten en liep naar de keuken waar hij toch echt om zijn moeder riep. En die even later nog verscheen ook!

Terwijl hij met veel gebaren en vaak omhoogtrekkende wenkbrauwen wat stond te mompelen, en zijn moeder van om en nabij de honderd per vijf seconden ook een kreet in het zakje deed, stonden mijn vrouw en ik elkaar verbaasd aan te staren. Je maakt dit weinig mee. Zo nu en dan keken we even naar buiten of er wellicht ook een schare mensen aan kwam lopen, maar dat gebeurde niet. Gelukkig voegde onze vriend zich even later bij ons met de mededeling dat moeder het goed vond. Een menukaart was er in dit restaurant niet.
Meneer noemde het menu, denk ik, uit zijn hoofd op. Erg handig, zeker als je Frans dusdanig slecht is dat je bang bent om te vragen waar het toilet is, omdat je voor hetzelfde ineens de koekoeksklok aan de wand gekocht zou kunnen hebben. En de kelner zelf was alleen de Franse taal machtig, dus wij lieten het er maar op aankomen, en wachten tot hij uitgerateld was, waarna wij een poging deden datgene wat we nog net wel hadden kunnen vertalen op ons bord te krijgen.

"Enneh, deux cafés, sil voux plait." besloot ik. Hoofdschuddend liep de kelner weg. Buiten begon het zachtjes te regenen, bij de keukendeur gaf de man onze bestelling aan zijn moeder door, die waarschijnlijk zelf het gasfornuis zou bedienen, en haalde zijn schouders op. Ik zag nog een bui aankomen.
En ik kreeg gelijk. Wij gokken dat het hoofdgerecht van mijn vrouw een soort eend met saus was. Het hoofdgerecht dat voor mij op tafel werd gezet was moeilijk definieerbaar, maar de kip die naar ik meende tijdens de vertaling langs kwam, was het zeker niet. Het had nog het meest van een konijn dat op een snelweg hard was aangereden. Zeer hard aangereden. Door de nogal overheersende saus die over het vlees was gegoten was het echter ook onmogelijk om via de smaakpupillen enige diersoort te herkennen, en we besloten, na een paar happen, voor de veiligheid het hoofdgerecht terzijde te schuiven en te eindigen met het dessert.
Na een  kwartier geprobeerd te hebben een hap te nemen uit een stuk Noordpoolijs dat voor toetje moest doorgaan, bleek dit helaas ook geheel onmogelijk, en besloten we de rekening dan maar te vragen.
Buiten keek ik nog eenmaal naar de molen.
Het leek alsof hij medelijden had, en ik vroeg mij af of dat met ons, of met zichzelf was.