Raket

Zo nu en dan zie je in wat voor krant dan ook, een artikel staan waarin de auteur zich afvraagt of er buitenaards leven mogelijk is op de zoveelste nieuw ontdekte planeet. Mijn gedachten gaan dan steevast terug naar een decembermaand in een grijs verleden waarin mijn kameraad Koop en ik, een raket besloten te bouwen. Natuurlijk zou zo’n geavanceerd model van de NASA niet tot de mogelijkheden behoren, maar met een paar planken en wat golfplaat kwamen we een heel eind, zo dachten wij.
Waar we terechtkwamen dat zagen we wel, het was maar net welke planeet er op dat moment boven de achtertuin zou hangen. Nu zijn er altijd mensen die je beslist moeten laten weten dat zoiets onmogelijk is, zeker voor een paar jochies uit Lemmer. Bij ons was dat een achterbuurman die het zelf inderdaad nimmer voor elkaar had gekregen, maar met een paar planken en wat golfplaat kwamen we een heel eind, zo dachten wij.
Nu hielden Koop en ik niet van mensen die altijd een oordeel over een ander klaar hebben, een karaktereigenschap die wij beiden gelukkig nog steeds bezitten, en de woorden van dit, volgens zichzelf, verheven figuur dan ook geheel negerend besloten wij met ons project te beginnen.
“Waar halen we die planken en die golfplaat vandaan?” begon Koop.
“Alles op z’n tijd.” antwoordde ik. “We moeten natuurlijk eerst een tekening maken.”
“Natuurlijk, natuurlijk.” antwoordde Koop.
“Wat wil je tekenen?”
“Wat dacht je van een raket?” antwoordde ik verbaasd.
“Leuk. Ook toevallig. Straks gaan we een raket bouwen, en nu gaan we er eentje tekenen.” hoorde ik hem nog mompelen, terwijl hij wegliep om papier te halen.
Gelukkig was het kwartje gevallen toen hij terugkeerde. Bij het ontwerpen stuitten wij al snel op problemen, en we zagen ons genoodzaakt, geheel tegen onze natuur in, bijzonder intens na te denken, waarna wij in goed overleg uiteindelijk besloten dat het een raket moest worden met een punt, met slechts plaats voor één persoon. Over het hout en de golfplaat behoefden we ons geen zorgen te maken. Vlakbij was een bouwplaats, en daar slingerde genoeg materiaal rond. En anders konden we de benodigdheden altijd nog  proberen te verkrijgen door een en ander op die bouwplaats te demonteren.
Twee dagen later begonnen we met de bouw van de raket. Op de bewuste bouwplaats vonden we inderdaad genoeg materiaal, al moesten de werklui de volgende dag buiten koffiedrinken, maar ze moesten begrijpen dat de planken van de keet nu een hoger doel dienden. De bouw van de raket viel ontzettend mee. Binnen vier uurtjes verrees in de achtertuin van Koop zijn ouders een raket die zijn weerga niet kende. Drie meter hoog, met een zitplaats en ruim zicht op de Melkweg! Nadat we de golfplaat  stevig hadden vastgespijkerd, die zou het meest te verduren hebben tijdens de vlucht, stuitten we echter op een nieuw probleem: de raket zou niet uit zichzelf aan zijn reis beginnen.
Gelukkig kwam Koop met het idee zoveel mogelijk vuurwerk te kopen als de spaarpot het toeliet, om vervolgens het kruit eruit te halen en te verzamelen in een grote melkbus waar we het deksel stevig opsloegen, waarna het kon worden ontstoken met gebruik van een lang lont, dat door een minuscuul gaatje in de bus met het kruit in contact werd gesteld. Niet lang hierna was dit probleem dan ook verleden tijd en stonden we klaar om het project af te ronden met het volbrengen van de laatste fase: de lancering.
Nadat Koop had plaatsgenomen en ik hem zijn broodtrommeltje had toegegooid, ontstak ik de lont en haastte mij achter een schutting, waar ik in spanning wachtte wat er komen ging. Ik hoefde niet lang te wachten. Er volgde een knal die mij deed denken aan de stranden van Normandië. Gevolgd door veel glasgerinkel, een aardige windvlaag en een regenbui van houtsplinters. Onmiddellijk hierna kroop ik onder de schutting vandaan en keek de lucht in, waar ik inderdaad Koop zag vliegen, met het broodtrommeltje nog in zijn hand.
Helaas zonder raket. Ik vond hem twee tuintjes verder. Eenmaal weer bij bewustzijn liep hij met me mee terug naar de achtertuin van Koop zijn ouders, waar we zagen we dat de ramen van het huis, alsmede die van de aangrenzende percelen, en het blokje woningen aan de achterzijde, allen waren gesneuveld.
En ja hoor, daar was die weer: de achterbuurman, met lichte sporen van schuim rond zijn mond.
“Mijn glazen. Mijn glazen... Stelletje mafketels, ik heb jullie toch verteld dat jullie geen raket konden bouwen! Geen glazenzetter die nu nog komt, en ik heb mijn glazen er uit! Vertellen jullie mij nu maar eens hoe ik die ramen nu vanavond ooit nog dicht krijg?!” schreeuwde hij ons woedend toe.

Nou... Met wat planken en wat golfplaat kwam je een heel eind, dachten wij zo.