paardrijden

Ik had al menige cowboyfilm bekeken, maar nog nooit zelf op een paard gezeten,
toen iemand in onze vriendenkring met het idee naar voren kwam om eens met z'n
allen een middag te gaan paardrijden in de bossen.
Door het bekijken van cowboyfilms was ik al geruime tijd in de veronderstelling dat
het net zo gemakkelijk moest zijn als een vlieg naar het Hiernamaals te meppen,
waardoor ik het idee dan ook met groot enthousiasme begroette.
Heerlijk, op zo'n edel dier wat door de bossen te zwerven.
Toen wij het weekeinde daarop met ons allen bij de manege aankwamen,
stonden de dieren al gereed, en na het betalen van de huur en het toewijzen van een paard,
mochten we opstijgen. Hetgeen we deden, althans probeerden, maar zo'n paard is hoger
dan ik dacht, dus dat vergde enige tijd.
Gepland was een tour door de bossen, met gids, en ik had een schitterend
dier toegewezen gekregen. Nadat iedereen zat, sjokten we over een landweggetje naar het bos.
 Ik had het dier volkomen in mijn macht en zag mijn theorie, dat het niet zo moeilijk was,
gestaafd. Ik speelde zelfs een beetje John Wayne, en liet de anderen zien dat ik
de situatie beslist onder controle had.
"Steady boy, steady now." sprak ik alsof ik al jaren in het Wilde Westen gezeten had.
Ik had John dit echter wel eens horen zeggen in een van zijn films. En het ging ook allemaal goed,
tot de gids roet in het eten begon te gooien.
"We gaan zo meteen over in draf. Tik de paarden licht in de flanken."
sprak de grappenmaker, hetgeen ik deed met het logische gevolg,
en ik ging er bijna af.
Ik deed iets niet goed. Steeds als ik naar beneden kwam, ging de rug van het dier, met zadel,
 omhoog en perste alle lucht uit mijn lichaam.
Dat is geen pretje kan ik u verzekeren.
Na verloop van tijd kon ik alleen nog maar lucht in mijn longen krijgen als ik weer eens
 om de hals van het dier hing en haar onwelriekende adem inhalleerde.
Tevens voelde ik, pijnlijk genoeg, precies waar mijn nieren zich in mijn lichaam bevonden.
Leuk op een biologieavond, maar nu niet gewenst.
En ik was machteloos.
Ik reed helemaal achteraan, kon amper ademen en was te druk bezig om naar
de anderen te roepen dat we moesten stoppen. Die keken trouwens, blijkbaar, toch niet op of om.
Ik hoefde er nu niet eens meer aan te denken om 'Steady boy, Steady now' te roepen!
Het meest hachelijke kwam echter toen wij over een zeer smal zandpad stoven. Aan een kant bomen, aan de andere kant, op een halve meter afstand, paaltjes met prikkeldraad.
En dan de takken! De takken van de bomen hingen over het pad, en de eens zo dierbare vriendin,
die voor mij reed, boog ze steeds zo weg dat ze steevast met een zwiep bij mij,
mits ik al eens bovenop het dier zat, in het gezicht sloegen.
Al gauw zag ik eruit alsof ik mij tien jaar met hetzelfde scheermesje geschoren had.
Mijn redding kwam in een bocht.
Jolly Jumper moest afremmen en toen ik de kans had sprong ik eraf.
Niemand die het opmerkte, ook het dier niet, dacht ik.
Het zou nog een knap eind lopen worden, maar dat deed ik,
als ik weer op adem zou zijn, liever dan het volbrengen van deze marteltocht.
Beter een hele Jan, dan een halve John Wayne, moet u maar denken.
Dat deed ik ook.