Oma

Als zevenjarig jochie vertelde mijn oma mij dat ze met dieren spreken kon, en ik geloofde haar.
Een misvatting, want ze kon niet met dieren spreken,
die haar dermate veel genoegen bracht dat ze het niet kon opbrengen mij de waarheid te vertellen,
maar juist situaties creëerde waarin ze mij van haar gave probeerde te overtuigen.
Natuurlijk kon ze dit alleen bewerkstelligen door demonstraties,
zodat ze al snel een handlanger zocht die haar kon helpen
met haar plannen, en die ze vond in Bruno.
Bruno, de hond van mijn grootouders, had een dusdanig domme uitdrukking
op zijn smalle snuit dat hij mij persoonlijk altijd deed denken aan Rataplan.
En net als onze stripheld kwam ook hij regelmatig in de meest onnozele situaties terecht.
Zo herinner ik mij nog heel goed dat een nogal angstig kijkende en haastige Bruno
mij eens voor de fiets langsschoot, op de hielen gezeten door een kater met een
moordernaarsblik onder de wenkbrauwen.
Beiden geheel aan het feit voorbijgaand dat dit niet de normale gang van zaken
 in het rijk der dieren is, en dat zo´n buitensporigheid dan ook als volstrekt onacceptabel
gezien moet worden.
Het eerste bewijs dat oma met dieren communiceren kon, werd mij geleverd toen wij
eens aan de keukentafel zaten, en haar handlanger binnensmonds wat gromde.
"
Wat zeg je Bruno? Honger?"
Bij het horen van zijn naam keek de hond vanzelfsprekend op en blafte naar zijn bazin,
die op haar beurt weer naar mij keek om er zeker van te zijn dat ze mijn volledige aandacht had.
"
Zin in koekjes? Nou, ik zal eens in de kast kijken."
"
Hoeveel koekjes wil je?" De hond blafte een aantal malen.
"
Drie? Nou, hier."
Het dier begon te smikkelen, en oma ging weer zitten.
Nu vond ik dit bijzonder knap van oma, maar wat ik niet wist was dat oma Bruno
 een dag voordat ik langs zou komen gewoon geen eten gaf.
Om het juiste effect te krijgen, begrijpt u?
Het volgende bewijs van haar kunnen werd mij een paar weken later geleverd.
We zaten weer aan de keukentafel, we babbelden wat, en Bruno liep nogal onrustig rond.
Op een bepaald moment gromde het dier weer eens iets onverstaanbaars,
en oma gaf onmiddellijk commentaar.
"
Wat is er, Bruno?"
Ze keek naar het dier, dat bij het horen van zijn naam weer naar haar keek.
"
Moet je naar de wc?"
De hond blafte, wat niet vreemd is, want ieder hond begint te blaffen
als je hem maar lang genoeg in de ogen kijkt, en oma liep naar de achterdeur.
Bruno en ik in haar kielzog.
"
Nou, ga dan maar."
Ze deed de deur open, en als een raket speerde de hond naar een boom,
om vervolgens na een gymnastische beweging en
met een gelukzalige uitdrukking op zijn gezicht zijn blaas te legen.
Voor mij was dit het overtuigende bewijs dat oma, mijn oma,
inderdaad met dieren spreken kon.
Wat ik niet wist was dat het dier anderhalve dag binnen was gehouden,
en de blaas inmiddels tot tussen de schouderbladen moet hebben gevoeld.
De waarheid werd mij uiteindelijk jaren later door mijn moeder verteld,
omdat ze het sneu begon te vinden dat ik als veertienjarige steeds een gesprek met het konijn
probeerde te beginnen, en het dier mij tot mijn grote frustratie geen enkele
blik waardig gunde.
Inderdaad, ik had dat zelf ook wel kunnen begrijpen, maar deed dat dus klaarblijkelijk niet,
anders had ik niet iedere middag op mijn knieën voor het hok in de tuin gelegen.
Maar goed, laten we het er niet meer over hebben...