Oefening

Ach, de fouten die ik in mijn betrekkelijk korte leven al heb gemaakt, zijn talrijk, vaak onvergeeflijk, en een goede leerschool geweest. Analyserend, lagen onwetendheid, en een zeer onnozele geest ten grondslag aan deze inmiddels diepbetreurde feiten. Maar de spijt en de schuldgevoelens zijn er niet minder om. Er is echter een gebeurtenis, waarbij de verwijtende vinger van de familie van het onderwerp, weliswaar mijn richting uitwees, maar waarbij de fout in principe gerealiseerd werd op verzoek van het lijdend voorwerp zelf. Heel wat jaren geleden zat Koop in militaire dienst. Een moeilijke tijd voor iemand die van nature weinig autoriteit boven zich dulden kan. Toch wist hij zijn diensttijd te voltooien, ofschoon hij momenten had waarbij hij hulp van anderen nodig had om de dagen door te brengen. Zo kwam hij destijds op een zondagsmiddag langs, en sprak met een nogal zorgelijk gezicht:
“Dinsdag gaan we drie weken voor een oefening naar Duitsland, maar ik wil niet. Ik wil bij Henriette blijven.”
“Dan heb je een probleem.” stelde ik vast.
“Inderdaad, maar ik heb iets bedacht waardoor ik thuis kan blijven, en daar moet jij mij bij helpen.”
Nu begon ik zorgelijk te kijken, maar goed..
“Zeg het maar.” Alles voor een vriend.
“Breek mijn arm.” Bijna alles voor een vriend.
“Wat?!”
“Breek mijn arm. Als ik een gebroken arm heb, kan ik niet mee. Dan mag ik hier blijven. Het is de enige manier!” Na een hopeloze, korte discussie gaf ik uiteindelijk toe: wat kon mij het schelen, het was zijn arm. Na enige voorbereiding, zoals het zoeken naar een aardig paaltje, strekte Koop zijn arm en deed zijn ogen dicht. Ik vroeg nog eenmaal waar hij mee bezig was.
“Opschieten!” De kracht waarmee het paaltje hierna op Koop zijn bovenarm terechtkwam was groot, en hij begon te jodelen, en al springend door de tuin enige maten van het Wilhelmus te zingen, maar de arm bleef wonderlijk genoeg intact.
“Nog een keer!” kreunde Koop even later me een wit gelaat. Ik schudde mijn hoofd. Ook nu trof het paaltje als een voorhamer zijn arm, en weer begon onze vriend, menig aria ten beste gevend, een regendans door de tuin te maken, maar opnieuw zag zijn arm geen reden tot breken.
Een wonder voltrok zich hier voor mijn ogen: hier zat voor mij iemand met ongewoon elastische botten, hoewel hem tevens de lenigheid van een kachelpook mocht worden toegeschreven.
“Eet je veel calciumtabletten?” vroeg ik, voordat het paaltje weer naar beneden suisde. Dom, want Koop wilde antwoorden, en deed zijn hoofd omhoog. Waardoor het, nogal onverwacht, in aanraking kwam met het in Brazilie opgegroeide materiaal, en Koop bewusteloos en met een gapende hoofdwond ineenzakte.
Paniek! Ambulance en familie werden snel opgetrommeld, een verklaring werd gevraagd. Die ik naar waarheid gaf. De hel brak los, want hoe haalde ik het in mijn hoofd hem de helpende hand te bieden bij een dergelijk sluw, maar primitief, uitgedacht plan. Ze hadden gelijk. Natuurlijk, ik was fout geweest. Maar men moest toch ook inzien dat er met de beste bedoelingen was gehandeld.
Koop hoorde ik niet klagen. Natuurlijk niet, zijn plan was geslaagd en toegegeven, dat kon ook niet. Hij lag nog vredig op de bank te slapen, het hoofd gewikkeld in een witte theedoek met strik, toen ik het huis werd uitgestuurd.
 Terug