Kennis

Frits heeft altijd een voorkeur voor de meest absurde huisdieren gehad. In de loop der jaren hebben degenen die bij hem op visite kwamen zodoende een aantal vogelspinnen, een tijgerslang, en een kaakschildpad van dichtbij mogen beschouwen. Heel leuk als je er in geïnteresseerd bent.
Aangezien ik dat niet was, maakte ik mij wel eens zorgen, maar Frits verzekerde me steeds opnieuw dat ik dat beslist niet hoefde te doen. Of omdat de verhalen over deze moordenaars niet klopten, of hij had maatregelen genomen waardoor ze nu ongevaarlijk waren. Nu heb ik hem altijd geloofd, maar je werkt de koekjes van LU toch anders naar binnen, als er een kaakschildpad met gefronste wenkbrauwen op de keukentafel naar diezelfde koekjes zit te loeren. Als u begrijpt wat ik bedoel. Frits kwam tot deze conclusie nadat alleen de man van de leesmap nog wel eens langs kwam en staptte, noodgedwongen, over op vogels. Aparte vogels. Zo mag hij zich eigenaar noemen van de Beierse Salamandergaal, en de Letlandse Woerie. Vogels waar je niets aan hebt, ze staren maar wat voor zich uit, maar ik zal de laatste zijn die dat Frits gaat vertellen. Want nu weet ik ten minste dat ik ook weer heelhuids thuiskom als ik bij hem op de koffie zit. Vorig jaar heb ik hem zelf nog een bijzondere vogel cadeau gegeven, nadat hij mij geheel vrijwillig, twee weken geholpen had bij klusjes in en rond het huis.
"Frits, zeg het eens. Wat krijg je van me?"
"Ach, niks. Het is wel goed zo."
"Dat is niet goed zo. Het was mij niet zonder je gelukt.
"Ik hoef geen geld."
"Nou, dan geef ik je een vogeltje."
Een vogeltje?"
"Ja, een apart vogeltje. Omdat je mij zo geholpen hebt."
"Ach, dat hoeft niet."
Frits, zit niet te emmeren. Jij krijgt van mij een apart vogeltje. Noem eens een merk!"
"Nou, er is er wel eentje die ik wil hebben, maar die kun je bijna niet krijgen. Ik heb hem nog nooit gezien, tenminste. Ik heb alleen over hem gelezen. De Vosnak. Schijnt zich als een andere vogel te kunnen vermommen. Daar moet je geloof ik echt tegenaan lopen."
"Krijg jij van mij een Vosnak."
Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan, want Frits scheen gelijk te hebben met zijn opmerking dat je zo'n beestje moeilijk kon bemachtigen. Wat ik wel kreeg, na ettelijke telefoontjes, was een omschrijving van het uiterlijk van het diertje. Maar ik had het Frits beloofd.
Na veel piekeren over hoe ik dit probleem oplossen kon, schoot het mij te binnen dat Frits nog nooit een Vosnak gezien had, en daarmee kwam de oplossing ook.
Ik ving een mus onder een kartonnen doos, gaf hem met waterverf enige vrolijke kleuren, en overhandigde Frits enige dagen later een zogenaamde Vosnak. Frits werd zo enthousiast dat hij niet eens aan een mus dacht. Nadat hij het vogeltje naar de voliere gebracht had, bedankte Frits mij uitbundig, en ging ik naar huis. De volgende dag ging de telefoon: Frits. Zou hij het bedrog ontdekt hebben; het had de afgelopen nacht behoorlijk geregend. Maar het viel mee.
"Jan! Nogmaals hartstikke bedankt, jongen. Een prachtig cadeau, en het doet precies wat ik over hem gelezen heb. Het is nu een mus. En weet je wat nu het mooie aan het diertje is? Je weet nooit wat het morgen zal zijn!"
Nou, dat wist Frits inderdaad niet.
Maar ik wel.