Kat

Het was op een maandagavond dat mijn vrouw, na op visite te zijn geweest bij haar zus, de kamer binnentrad met de woorden:

 “Ik wil ook een kat.”

Ikzelf zag het nut van zo’n dier niet direct en probeerde dit met argumenten kracht bij te zetten, maar mijn woorden waren aan dovemansoren gericht.
Mijn vrouw sprak af dat we het twee weken zouden proberen, mocht ik er daarna nog zo over denken dan zou de kat weer van de hand worden gedaan. Drie dagen later sloop er dan ook een kat bij ons over de vloer. Sloop ja, want ik liep er ook en hij voelde hoe de zaken lagen.

Om mijn goede zin toch nog enigszins te tonen, schotelde ik haar, de kat, in den beginne en naast het gewoonlijke menu, de smakelijkste gerechten voor zoals o.a. haring in tomatensaus en zelfs kipsaté, maar er veranderde niets.

Het was een slimme kat, bemerkte ik. Was mijn vrouw thuis dan speelde ze het lieve dier, maar zodra mijn vrouw de voordeur achter zich dichtsloeg werden er de meest doordachte pogingen door het mormel ondernomen om mij het bloed onder de nagels vandaan te halen. Die vaak succesvol waren, kan ik u vertellen. Ik heb dit ook gemeld overigens, maar mijn woorden werden weggewuifd met de simpele verklaring:

“Dat verbeeldt je je maar.”

Het begin van het einde begon toen mijn vrouw een paar dagen te logeren ging en de kat en mij aan ons beider genade overliet. Eerst negeerden we elkaar tot ze hier genoeg van begon te krijgen, en juist om aandacht vroeg, die ik niet gaf. Om dit gedrag te continueren werd echter een probleem toen ze ineens, uit het niets, vanaf de keukenkast een verrassingsaanval op mij uitvoerde, met de overduidelijke intentie mijn hoofd een krabpaalbehandeling te geven. Sommigen onder u zullen nu denken: daarvan ga jij er niet op achteruit, maar persoonlijk zit ik er niet op te wachten, zoals u zal begrijpen.

De volgende dag was ik al vroeg uit bed en stapte opgewekt de keuken binnen, waar de kat die nacht op mijn aandringen vertoefd had, en stond direct in de lauwe kattendiarree. Onmiddellijk schoot de kat onder mij door en spurtte naar boven. Dat had ze goed bekeken, want ik dacht er nu niet aan om haar nu, met mijn voet onder de voormalige haring in tomatensaus, achterna te komen.

Wat bij mij de emmer overlopen deed gebeurde twee dagen later. Ik zat aan tafel te eten, en had net een hap kipfilet in mijn mond, toen Azraël, zoals ik haar noemde, op diezelfde tafel sprong. Direct begon ze schokkende bewegingen te maken. Toen ze hierna met een vloeiende beweging en priemende ogen, een haarbal naast mijn bord deponeerde, besloot ik dat dit haar laatste dagje in mijn nabijheid was geweest.

Later die week heb ik haar, zonder mijn vrouw te raadplegen, verkocht aan de eigenaresse van een hondenkennel, die ook weleens een ander geluid om de deur wilde. Voor het symbolische bedrag van een euro en met de mededeling dat het mij aan het hart ging zo’n lief dier te verkopen, maar ik was telkens van huis en dat was maar zielig voor het dier.
Beiden veel plezier gewenst.