Huisdier

Kareltje, het zoontje van een ver familielid, is een verrekt geinig kereltje. Soms staat hij in de achtertuin op het raam te kloppen, en roept dan of ik mee ga naar de vijver voor een wedstrijd.
Ik weet dan wel wat hij bedoeld; platte stenen die hij bijeen gezocht heeft, zo vaak mogelijk op het wateroppervlak laten stuiteren. Wie dit het meest aantal keren lukt is winnaar, meestal Kareltje want hij oefent soms. Ik heb nog nooit geweigerd, maar afgelopen zaterdag kon ik niet anders; ik moest op zoek naar een schildpad.
Mijn vrouw had namelijk, na een reclamespotje op televisie, het Wereldnatuurfonds ontdekt, en zodoende kwam ze erachter dat schildpadden wel hele lieve dieren zijn.
Mijn argument dat we geen tijd hebben voor huisdieren, scheen ze nogal een flauw excuus te vinden.
"
We kunnen heus wel een schildpad kopen. Een heel kleintje kan wel. Ik geef hem te eten, doe hem 's ochtends voor ik naar het werk ga in de tuin, voor wat frisse lucht, en 's avonds haal ik hem weer naar binnen.
Dat komt heus wel goed." klonk het gedecideerd, waarna ik een half uur vol tegengas gaf,
om de komst van zo'n buikschuiver te verhinderen.

Aangezien mijn vrouw het druk had moest ik 's middags zelf naar de reptielenwinkel.
Een oude man met grijs haar en een stofjas aan kwam naar me toe, en vroeg of hij me helpen kon.
"
Ik wil graag een kleine schildpad kopen."
"
Ah, en wat voor soort? Een cryptodira of een pleurodira?" klonk het.
"
Hmm... Een kleintje?"
"
Ze zijn te verdelen in land-, moeras-, zoetwater- en zeeschildpadden, maar wij hebben alleen land- en zoetwaterschild..."
Aangezien ìk geen schildpad wilde hebben, en al helemaal niet op de encyclopedische informatie
van onze lokale Chriet Titulaer stond te wachten, werd ik wat kortaf.
"Ja, weet ik veel.
Gewoon een kleine landschildpad!
Van het merk cryptodora voor mijn part. Man, wat een...."
"
Het soort. U zei het merk, maar u bedoelt het soort."
"
Prima! Wat u wilt! Het soort! Een kleine landschildpad van het soort cryptodira!"
De man draaide zich triomfantelijk om en liep weg. Even later kwam hij, waarschijnlijk puur toevallig,
terug met een wel hèle kleine schildpad. Dat zoiets nog te onderverdelen valt. Maar goed, ik had een schildpad.
Eenmaal thuis ging het e
en paar dagen bijzonder goed met Zoef.
 's Ochtends de tuin in, 's avonds weer naar binnen, en je kreeg geen verkeerd woord.
Ik begon hem zelf ook te waarderen. En dat ging prima, tot mijn vrouw op een middag
ten prooi viel aan een kleine paniekaanval: Zoef was weg!
We zochten en zochten naar onze kleine vriend. Bouwlampen werden aangesleept, maar tevergeefs.
We stonden voor een raadsel, want zover komt een schildpad niet, verstoppertje spelen doen ze niet aan
en de bus naar Heerenveen is ook uitgesloten.
We stonden voor een raadsel tot Kareltje de volgende dag op het raam klopte,
en nogal enthousiast binnenkwam.
"
Ik heb gistere het record gebroke, Jan! Hij stuiterde wel zes keer op het water, me steen.
Maar 't was ook een hele mooie steen, hoor." sprak hij alsof hij zich verontschuldigde voor zijn prestatie.
"Een hele platte witte onderkant, en een beetje groene bovenkant.
Ook een paar gate, maar hij wilde hèèl goed stuitere!"

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

­

 

 ­