hondje

Aangekomen bij de woning van zijn ouders, zag ik Koop als veertienjarige in het midden van
de kamer zitten met een klein wit hondje op schoot, en een gelukzalige glimlach op zijn gelaat. Het dier had echter een wat droevige blik in de ogen, en of dat nu van nature zo was, of dat het kwam door de aanwezigheid van Koop, heb ik niet kunnen vaststellen. Maar ik wist dat het zich nergens zorgen over hoefde te maken, want Koop is een groot dierenvriend, en bijzonder zorgzaam.
Zo heeft hij ooit een kaketoe drie maanden lang nekmassage gegeven, omdat het dier hem nogal eens scheef aankeek en Koop in de veronderstelling was dat er een werveltje verschoven moest zijn. Hetgeen geen enkel resultaat opleverde, waardoor Koop zich genoodzaakt zag de vogel ook nog eens voor twee weken een nekbrace te doen toekomen. En het moet gezegd dat het dier je hierna wat minder vaak scheef zat aan te kijken, maar of het echt geholpen heeft kan niemand zeggen. Maar het geeft even aan hoe begaan onze kameraad is met dieren.
Toch heeft Koop in de tijd dat hij het hondje als de zijne mocht beschouwen, het dier slechts eenmaal uitgelaten. Dat was de eerste keer, daarna liet hij deze taak over aan zijn moeder. Koop kon de spanning na die eerste keer gewoonweg niet meer aan.
“Hoe heet ‘ie?” vroeg ik terwijl ik de kamer binnenliep.
“Flipper.”
“Flipper? Dat was toch een dolfijn?” vroeg ik verbaasd, omdat de logica achter deze
merkwaardige keuze volledig aan mij voorbij ging.
“Ja, maar die hield ook van honden.” antwoordde Koop, alsof dat alles moest verklaren.
Nou, het verklaarde veel, maar wat mij betreft niet de naam Flipper.
“Kijk, hij wordt wat paars rond z’n gezicht.” ging Koop verder.
“Ik moet hem zo meteen uitlaten, denk ik. Ga je mee?”
“Grappig hondje, hoor. Het heeft wel wat van een konijn, met die hangoren.”
sprak ik eerlijk, terwijl ik opstond.
“Nou, het is geen konijn, het is een poedel! Kom, we gaan!” klonk het echter geirriteerd,
en ik besloot de discussie niet aan te gaan, maar dat ik niet de enige was die zo dacht
bleek wel in het weiland waar wij met Flipper naar toegingen, om hem te laten luchten.
Zodra wij het weiland binnenliepen deed Koop het hondje de halsband af, en vrolijk begon
hij door het hoge gras te dartelen, Flipper, maakte hier en daar een koprol, en verderop bij de
brede sloot sprong hij zelfs in een jolige bui door de lucht. Hij was zo’n vijftig meter bij ons vandaan,
toen bleek dat ik inderdaad niet de enige was die dag die dacht dat ze enige
overeenkomsten met een konijn vertoonde. Hoog boven Flipper begon een buizerd namelijk
rondjes te draaien, en Koop en ik hadden beiden iets te laat in de gaten dat deze buizerd
een leuk middagmaaltje zag in onze blij en onverveerd rondspringende kameraad.
Pas nadat de buizerd in duikvlucht recht op onze kleine vriend afging, ging er
wel een belletje rinkelen en al schreeuwend renden we naar de plek waar een
klein wit stipje nietsvermoedend door het gras zagen rollebollen.
De buizerd echter liet zich nu niet meer van de wijs brengen, zette haar poten even later
in Flipper, wachtte een seconde en steeg weer op, met Flippertje in de klauwen. Normaliter slaat een
buizerd onmiddellijk en ter plekke toe, maar deze zal wel gedacht hebben: ik weet niet wat voor
mormel mij hier vlak voor Sinterklaas in de schoot geworpen wordt, laat mij thuis
de boeken er eens op na slaan.
Terwijl wij zo snel we konden naar de plek des onheils toerenden, zagen we nu tot onze
verbazing dat Flipper duidelijk te zwaar was voor de vogel, maar verrekte deze onze kleine
witte vriend los te laten. Zo vlogen ze op een hoogte van zo’n anderhalve meter over het gras,
kwamen niet hoger, maar bleven toch doorvliegen. Deze buizerd wist duidelijk niet van opgeven,
en zelfs de weg naast het weiland, die zich even later aandiende, bracht hem
in eerste instantie niet op andere gedachten.
Flipper zijn geluk is waarschijnlijk de fietser geweest, die op dat moment nietsvermoedend
over dezelfde weg reed, en plotseling een buizerd met een jonge hond voor zich
langs zag komen. Op slechts een meter schoot de buizerd met Flipper namelijk voor
de man zijn ogen langs, waardoor deze dusdanig schrok dat hij spontaan, en vanuit het niets,
een luide kreet slaakte. De buizerd moet hier op haar beurt weer van geschrokken zijn, en liet
Flipper vlak over de weg, vallen in het hoge gras. Het kan ook zijn dat ons kameraadje werd
losgelaten omdat er een paar meter verderop een leuke robuuste schutting
stond opgesteld, en de buizerd eieren voor zijn geld koos, daar zijn we nog niet over uit,
maar Flipper was gelukkig vrij.
Bij hem aangekomen, viel de schade mee. Slechts een paar krassen op zijn rug.
Waarschijnlijk had de buizerd hem slechts in zijn wollen vacht weten te grijpen.
En ondanks dat de fietser verderop met een verbaasd gezicht, en bijzonder
wilde ogen onder zijn wenkbrauwen, het hele tafereel stond gade te slaan,
mankeerde hem zo op het eerste gezicht ook niets.
Ondanks dat Flipper een blik had van: ik wil nog wel een keer,
heeft ze deze ervaring nooit meer mogen meemaken.
Sindsdien liet Koop zijn moeder het hondje namelijk uit.
Nauwlettend het luchtruim boven haar observerend, en
met Flipper aan een riem.
Beter.