Hendrik

Eenmaal weer thuis na een kort bezoek aan familieleden, stapte ik de woonkamer binnen en stond direct aan de grond genageld, nadat ik in de hoek van de kamer een rat zag zitten. Ik vroeg mijzelf niet af hoe hij het voor elkaar had gekregen om binnen te komen, maar stapte heel voorzichtig de kamer weer uit. Vlug liep ik de garage in waar genoeg gereedschap, en ander spul, ligt om een rat zijn voorvaderen te doen laten ontmoeten. Langzaam schuifelde ik, hoe schuifel je anders, even later de kamer opnieuw binnen, maar nu met een hark. Er was ook wel ander gereedschap in de garage aanwezig geweest, maar het voordeel van een hark is dat als je zo’n dier eenmaal goed raakt, hij niet meer wegloopt. Dit in tegenstelling tot een bezem of schep, waarmee men wel heel hard moet slaan om het ongedierte op dezelfde plek te houden.
Ik stond, na hem heel rustig te hebben benaderd, nu zo dicht bij hem dat ik er zeker van was dat hij mij niet meer kon ontkomen. De paar gaatjes die door mijn klap met de hark in de houten vloer zouden ontstaan, zouden een logisch gevolg zijn, maar het was noodzakelijk. Ik wilde net tot actie overgaan toen de deur van de kamer openging, en mijn vrouw binnenkwam.

“Stop! Wat doe jij nou, gek! Wat moet je met die hark?”
“Een rat. Kijk, hij zit hier in de hoek.” sprak ik zachtjes. De rat begreep nu ook dat zijn lot in mijn handen lag, want hij begon al wat te bibberen. Eigen schuld, hij had ook buiten kunnen blijven.
“Ach, man! Dat is geen rat. Dat is een Chinchilla! Die heb ik van Anneloes gekregen! Doe weg die hark!”
“Een Chinchilla? Wat is dat: een Chinchilla? En wat moeten wij met een Chinchilla?”
“Chinchilla’s zijn hele lieve dieren.” Dat is een kangaroe ook, maar die hoef ik ook niet op de bank.
Maar goed, ik woon nu eenmaal niet alleen in huis.
“Ok, maar alleen als jij hem verzorgt.”
Nu lijkt dat een harde houding, maar dat is schijn, want in de weken na onze, voor de Chinchilla bijna noodlottige ontmoeting, werden we vrienden. Zodoende werd ik ook zeer bezorgd toen Hendrik, een naam die hij te danken heeft aan de vindingrijkheid van mijn vrouw, op een bepaald moment zijn eten niet meer opat.
Naar de dierenarts was het eerste wat bij ons opkwam. En zo noemde het heerschap waar wij met Hendrik voor advies naartoe gingen zich ook.
“U heeft hier een overspannen Chinchilla.” Inderdaad, het schijnt mogelijk te zijn.
“Hij mist iets uit zijn natuurlijke omgeving, raakt hierdoor van slag en uiteindelijk overspannen. Ik denk dat hij het dagelijks rollen in zand en as mist.” Vreemde conclusie, zo op een donderdagmiddag, maar goed. Om Hendrik weer in zijn normale doen te laten komen, kochten wij een grote kist, vulden die met zand en as, kon ik eindelijk roken met een doel, en lieten hem hierin iedere dag lekker een paar uur zijn gang gaan. Maar het hielp helaas niet.
Gevoelsmatig gingen wij nu met Hendrik naar een andere dierenarts. Deze had een meer logische conclusie: zwaar ontstoken tandvlees. Met medicijnen kon Hendrik misschien genezen. Het was echter al te laat: Hendrik verruilde het tijdelijke voor het eeuwige drie dagen later.
Zeer spijtig, had de grappenmaker die wij als eerste hadden bezocht voor een diagnose de juiste gemaakt, was Hendrik waarschijnlijk nog bij ons geweest. Nu was het voorbij. Nooit meer samen kijken naar Europese voetbalwedstrijden op de buis. Nooit meer samen de Staatsloterijtrekking controleren. Nooit meer samen voor National Geographic.
Ik heb Hendrik in de tuin begraven, in een mooi stukje zand. Samen met een halve asbak aan as.
Omdat hij daar zo van hield.
Wederom een teken dat het met die houding  van mij wel wat meeviel.