Hapjes

Maurice is overleden. Vele jaren lang was het achterkamertje bij mijn ouders thuis zijn onderkomen,
waar hij nu dan ook het aardse voor het hemelse heeft verruild.
Herinneringen? Ach, zovele.
Alleen de wandelingen die wij samen maakten vormen al een hoofdstuk op zich. Door de weilanden, over het strand, waar hij graag vertoefde vanwege het vrouwelijk schoon, en natuurlijk door het park, omdat bomen zijn speciale interesse hadden.
Ondanks zijn normaliter zeer vriendelijke houding, kon Maurice vanzelfsprekend ook
weleens uit zijn slof schieten. Zoals die keer dat een kennis van hem ineens met een
grote waffel tegen mij uitviel. In zo'n geval kwam Maurice onmiddelijk tussenbeide, want zo was hij;
je moest niet aan zijn vrienden komen.
Mede door die karaktereigenschap werd Maurice zeer geliefd, en kon hij door zijn hartelijke houding niet alleen met mijn ouders en mij opschieten, maar vonden ook mijn zusjes hem bijzonder aardig.
Vandaar dat het mij niet verbaasde dat onze gehele familie enkele dagen lang,
na het plotselinge heengaan van onze dierbare kameraad, behoorlijk van slag was.
Ikzelf zag hem 's nachts zelfs weleens in mijn dromen opdoemen; met zijn stekeltjeshaar,
zijn felle bruine ogen, zijn tong die altijd uit zijn mond hing,
en zijn sierlijke, immer kwispelende staart.
Hooguit een persoon zal wellicht minder treuren bij het aanhoren van het trieste feit
dat Maurice niet meer onder ons is, en dat is mijn oom.
 Mijn oom had jarenlang de gewoonte een of twee maal per week een ronde door
het dorp te maken. Langs zusters, broers, en kinderen.
Zoiets was niet met een uur bekeken, dat begrijpt u ook, vandaar dat het avondeten
er soms bij inschoot. Mijn oom had hier een simpele oplossing voor.
Kwam hem, bij degene die hij bezocht, iets eetbaars voorhanden,
dan werkte hij daar snel iets van naar binnen, waarna er een praatje gemaakt werd,
en hij naar de volgende ging.
Appels, rauwe ham, snoepgoed, een half gehaktballetje, het maakte weinig uit of mijn oom lustte het.
Zo ook die keer dat hij bij mijn ouders op bezoek kwam.
Mijn moeder was voor in de kamer bezig met de gordijnen, en ze hoorde aan de begroeting
dat mijn oom via de achterdeur het huis binnenkwam.
Het werd even stil, en pas daarna liep hij verder de kamer in.
"
Lekker rauw stukje vlees is dat op het aanrecht."
verkondigde hij, druk bezig met het zich toegeëigende door te slikken.
"
Wat is dat, spek of zo?"
"
Nee, pens voor de hond." antwoordde mijn moeder.
Mijn oom, ondanks dat het zijn eigen schuld was,
en Maurice zijn nooit geen echte vrienden meer geworden.