Haast

Hoewel het terras van het kroegje bijna groter was dan het etablissement zelf, zaten er deze middag weinig klanten. Twee tafeltjes verderop zat een stelletje verliefd te zijn, en vlak voor me zat een oude dame te genieten van de zomerzon en een glas wijn. Haar ogen gesloten, de tas op haar schoot stevig in haar dooraderde handen geklemd, en een paars hoedje op haar hoofd. Ik vroeg mij af of ze de ogen gesloten hield vanwege de zon of dat het wellicht kwam door de wijn. Hoe dan ook, ze scheen zich uitstekend te vermaken. Het café was enigszins vreemd gesitueerd, hier in deze smalle straat te Harderwijk, want ze werd geflankeerd door een dierenwinkel en een slagerij, zodat het wat mij betreft leek alsof ik mij bevond op de grens van leven en dood. Het meisje van het verliefde stel bestelde een sorbet. De oude dame nipte aan haar glas wijn, en begon de mensen op straat te observeren, en ik roerde mijn koffie. Zo zaten wij daar gezamenlijk te genieten van een heerlijke zomerdag, terwijl de papagaai voor de dierenwinkel iedere voorbijganger begroette met een krijsend: "Hallo!"
Aan de andere zijde van de straat stond een enorm woonblok van roodbruine stenen dat, naar het scheen, een appartementencomplex moest voorstellen. Zes hoog, en met een balkon waar net twee planten en een caviakooi konden staan. Ineens kwamen er op de begane grond een man en een vrouw een deur uitgesneld, met in hun kielzog een klein jochie en een evenzo groot meisje. Een ieder had een koffer bij zich en de man en de vrouw droegen er zelfs twee. Ze moesten blijkbaar om wat voor reden ook opschieten, want de man spoorde met een rood hoofd de anderen aan haast te maken. Ze stopten achter bij een blauwe stationwagen, waar gewacht werd tot de man de achterklep had geopend en de koffers konden worden ingeladen. Het leek niet helemaal te lukken.  Paniekerig werd een poging ondernomen de koffers de auto binnen te schuiven, maar steeds bleef er eentje over. Dit werd passen en meten en de man en de vrouw wisselden enige kwade blikken. Uiteindelijk lukte het toch, het bleek dat de grootste koffer als laatste een plek moest worden gegeven.
Onmiddellijk na deze zege werd het achterportier voor de kinderen geopend en werden ze gemaand in kinderzitjes plaats te nemen. Ook hier scheen weinig op geoefend te zijn, want het duurde nogal even. De vrouw was het eerst klaar en nam plaats op de passagiersstoel, de man had beduidend meer moeite om het kleine meisje veilig in de gordels te krijgen, maar na een paar minuten kon hij dan toch met een vuurrood hoofd het achterportier sluiten. Vlug nam hij achter het stuur plaats, om tot de ontdekking te komen dat de sleutels waren verdwenen. Hij strekte zich en voelde, zo leek het mij, in zijn broekzakken, maar gezien zijn reactie, waren zijn broekzakken leeg. De vrouw dook voorover en pakte haar handtas en zocht vol vlijt, en schudde haar hoofd. Met een woeste blik stapte de man uit, riep nog iets naar zijn vrouw en deed de achterklep weer open, waar hij de koffers weer begon uit te laden. Hierna werd de kofferbak grondig onderzocht, maar ook hier lagen geen sleutels. U zal wel denken: hoe weet hij dat toch? Dat is heel simpel; ik zag de sleutels liggen. Ze lagen op het dak van de auto, maar Zoef de Haas had het zo druk dat hij het niet opmerkte. Pas nadat hij de koffers opnieuw had ingeladen, en de achterklep had gesloten zag ook hij ze liggen. Even later zat hij weer naast zijn vrouw, waarna ze met hoge snelheid de straat uitreden.
"Gaan vast op vakantie." sprak de oude dame ineens.
"Is ook wel nodig." reageerde het meisje. Ze grinnikten.
Heerlijk, vakantie.