Geluk

De schoolreisjes die ik ooit heb mogen meemaken brachten mij nimmer geluk.
Mijn toenmalige klasgenoten kunnen dit beamen. Zo sprong ik ooit in Burgers Dierenpark spontaan uit een langzaam rijdende Jeep voor een hoognodig sanitair intermezzo, waarbij ik de aanwezigheid van sommige diersoorten, waar het park zo bekend om staat, volledig onderschatte.  Ik kan u mededelen dat dit soort acties beter kunnen worden vermeden.  Of u zou het wereldrecord op de honderd meter sprint beslist moeten willen verbeteren.
Op Vlieland trok ik eens mijn schoenen en mijn kleren uit, tot aan mijn ondergoed, om de branding te trotseren. Hetgeen in principe natuurlijk ongevaarlijk is, maar laat deze goederen niet te dicht bij zee liggen, want ze neemt ze mee. Op die manier ben ik ook al eens een bril kwijtgeraakt, dit keer op Ameland, waar ik door het enthousiasme vergat waarom ik de branding sowieso kon zien. Inderdaad, had ik mijn duikbril maar op moeten zetten. Grappig.
Ook gingen wij op de lagere school eenmaal, en vaker moet zoiets ook niet, op de fiets naar Appelscha. Alwaar wij een aantal dagen zouden verblijven op een prettig gelegen boerderij. Nu was het al een leuk eind trappen, welke idioot dat toen bedacht heeft weet ik nog niet, maar traditiegetrouw zocht het ongeluk mij weer op, waardoor de opgave Appelscha te bereiken nog zwaarder werd; mijn fietspedaal brak af, en dat terwijl we net een uur ervoor van school waren vertrokken. Als ik vandaag de dag moe ben, trek ik, voor de oplettende toeschouwer, nog met mijn rechterbeen.
Over de kabelbaan in België een andere keer, dat ligt nog te gevoelig.
Nu die keer op de Veluwe. Ach, herinneringen.
Wij stonden op een grote, nogal steile heuvel en overal om ons heen zagen wij zand en nog meer zand. Zo nu en dan stijlvol onderbroken door wat dennenbomen. Beneden zagen wij de meester staan, en het leek hem een leuk idee ons te vragen of we wilden voetballen. Natuurlijk besefte hij niet dat zoiets een groot enthousiasme onder kinderen van negen jaar veroorzaakt, dat zich uitte in het met enorme vaart afrennen van de zandheuvel. Ik rende vooraan. Ik was dan ook het eerst beneden, maar in een andere bewustzijnsfase dan de overige kinderen. Dit kwam omdat ik nooit wist dat mijn bovenlichaam sneller kon rennen dan mijn benen, hoewel dit bijzonder vlot duidelijk werd na de val die ik van zo’n twee meter boven de grond maakte, en mijn borstkastje als eerste onderdeel van mijn lichaam de grond raakte. Nogal hard ook, misschien om het een of ander te benadrukken. Hoewel dat voor mij niet had gehoeven, want als een borstkas iets benadrukt wordt het je zomaar zwart voor de ogen en zo ook bij mij.
Ooit een giek in uw rug gehad? Ik wel, derde klas MAVO.
W
eleens als eerste een zogenaamd zwembad ingedoken, waarna even later door de schaafwonden op uw borst en buik bleek dat het water er maar dertig centimeter diep was? Ja, hoor vijfde klas lagere school. Het water leek hierna verdacht veel op dat uit de film Jaws.
Ook nooit na een verkeerde afslag in de duinen aangevallen door een honderdtal broedende kokmeeuwen? Nee?
Het hoeft u niet te spijten.
Steeds vaker hoor ik weer de vraag van mijn opa:
“Wat wil je later worden?”
“Ik weet het niet.” antwoordde ik altijd.
Zou hij mij nu de vraag nog kunnen stellen, zou het antwoord anders luiden:
“Het maakt mij niet uit, maar zeker geen onderwijzer!”
En u begrijpt vast waarom: voor mij geen schoolreisjes meer.