Film

Een van de leuke bezigheden op zondagmiddag, mits het treft, is voor mij het bekijken van het soort oude films waarvan er dertien in een dozijn gaan. Voor mij geen wandeling over een strand, fietstochtje of iets dergelijks, maar een avonturenfilm voor het hele gezin.
U kent ze wel: zo'n typisch schouwspel waar de slechten door de goeden worden bestreden. Met succes, natuurlijk, want in vroegere dagen was het uitgesloten dat het kwaad zou zegevieren.
Het mooie aan deze films is het feit dat de helden uitblinken in een ongekend incasseringsvermogen en grootse prestaties, dat ons, normale mensen, ver te boven gaat. Verschillende knapen leken hiervoor ook een opleiding gevolgd te hebben, zoals John Wayne.
Als deze held, na een kleine tegenslag in het begin van de film, zich begon op te winden was je nog niet klaar. Zo heb ik hem, met zijn polsen als ankertouwen, eens zes man een kroeg uit zien jakkeren. Later kwamen de domoren nog eens terug met revolvers, maar John had ook zo'n ding en dat hebben ze geweten. Zes schoten, zes lijken. Eigen schuld, als John kwaad werd kon hij een indiaan op honderd meter de wenkbrauwen van het hoofd schieten, dus daar moest je geen woorden mee zoeken.
Nog mooier vindt ik een piratenfilm uit vroegere jaren. Een simpel verhaaltje vaak.
Een man en een vrouw zitten samen met anderen op een schip, dat wordt aangevallen door piraten.
De vrouw wordt gekidnapt, de machteloze man zweert haar te redden.
Aan het einde van de film doet hij dat, hetgeen de nodige schermutselingen met zich meebrengt.
En daar begint de pret.
Niet dat ik geniet als ik iemand een ander de hersens zie inslaan.
Integendeel, juist hetgeen waarom dát niet lukt vindt ik grappig.
Eerst zien wij vaak dat de piratenkapitein, een ploert bij uitstek, bovenop onze held springt en daar beginnen zij te worstelen. De ploert lijkt te winnen, maar onze held weet zich los te rukken en slaat hierna een regenton stuk op het hoofd van de ellendeling.
Een normaal mens zou zich hierdoor genoodzaakt zien veertien maanden het bed te houden, maar deze piratenkapitein echter niet. Alsof er niets gebeurd is grijpt hij een stuk ketting, slingert dit bij de held om de keel en begint hem te wurgen.
Deze interesseert het niet wat de piraat met hem uitspookt en steekt zijn belager een leuk keukenmes in zijn bovenbeen.
'Au!', roept de piraat nu slechts en zoekt al strompelend ander marteltuig.
Deze denkt hij te hebben gevonden in een behoorlijke balk die op het dek ligt.
Met een welgemikte klap stuitert hij deze op de schedel van zijn belager, maar vroeger lachte men blijkbaar om zo'n futiliteit en zo ook onze held.
Het deert hem allerminst, al grijpt hij een moment naar zijn hoofd, maar dat kan ook geweest zijn om even de splinters van zijn voorhoofd te vegen. De toeschouwer ziet nu echter wel in close-up dat hij zich echt kwaad begint te maken, want hij trekt een wenkbrauw op.
Met een vindingrijke manoeuvre trekt hij hierna een touw los en jawel, daar stort het grootzeil met balken en weet ik wat voor rotzooi, op de kruin van de piraat.
Die hierop wederom maar een antwoord heeft: 'Ah!'
Maar, nu toch eindelijk ter aarde stort, en zijn meerdere dan toch heeft gevonden.
Zoiets verzin je niet.
Deze mannen hadden geen haar op de borst, maar takken.
Ik kan niet wachten op de volgende film.