electriciteit

Ach, Josef is geen verkeerde kerel, hooguit wat eigengereid, maar het hart zit beslist op de juiste plaats. Gelukkig maar voor Josef, trouwens. Ooit waren wij buren, in een flatgebouw dat was ontworpen door een architect die overduidelijk zeer geinspireerd geweest was door de toenmalige Oost-Duitse bouwstijl betreffende gebouwen met meer dan twee etages; kil, zo grijs mogelijk, en bovenal onpersoonlijk.
Bloemen lieten dan ook, een paar uur nadat ze aangeschaft en in een vaas geplaatst waren, spontaan hun kop hangen. Tegen de depressiviteit die het gebouw uitstraalde, was gewoonweg geen fleurigheid opgewassen.
Nog een geluk dat de flat niet in het zicht van de Keukenhof stond, bedenk ik mij zo.
Aangezien Josef weinig familie had, en wij na een poosje enigszins bevriend raakten
nodigde hij mij op een dag uit op zijn verjaardagsfeestje, en ik stemde toe.
Naast mij kwam alleen zijn vader, en wij genoten die avond van ranja en koekjes van de Beukelear.
Een paar maanden later hoorde ik van Josef dat hij ging verhuizen,
omdat zijn vader plots overleden was, en hij de boerderij geërfd had.
Het contact tussen ons beiden ging verloren, tot hij vorige week ineens bij me op de stoep stond.
"
Jan, volgende week vrijdag heb ik een verjaardagsfeestje, en bij deze ben je uitgenodigd. Gewoon op de boerderij, 's middags om een uur of drie." sprak hij plechtig na de gewoonlijke begroetingen en een praatje.
"
Josef, ik zal er zijn."
Die bewuste middag reed ik het erf op.
De boerderij was oud, en enigszins vervallen.
Ik had een cadeau voor Josef meegenomen, een wekkerradio.
Altijd handig op een boerderij, want je weet nooit zeker of de haan de volgende dag wel bij stem zal zijn. Josef scheen het echter maar een cadeau van niets te vinden, want hij gunde het amper een blik waardig, en gromde een beetje.
Vreemd, want normaliter was hij altijd heel enthousiast over mijn keuzes der presentjes. Gelukkig kreeg ik een uur later, zittend aan de ranja en piekerend over waarom Josef zo gereageerd had, een antwoord.
De deurbel ging.
Josef ging naar de voordeur, en na wat gemompel kwamen er twee mannen met Josef de kamer binnen.
De een midden vijftig, de ander rond de twintig. De jongste had een stofzuiger in zijn armen.
Ik dacht nog: een leuk cadeau voor Josef, en verheugde mij dat Josef nieuwe vrienden gemaakt had, maar ik had te vroeg gejuicht; het waren vertegenwoordigers.
Na wat opschepperij over de kunsten van het apparaat, en Josef zijn volledige aandacht, deed de man een greep in zijn jaszak, kwam er met een handvol ijzervijlsel tevoorschijn, en strooide dat voor Josef zijn voeten op het tapijt.
Hierna, pakte hij de asbak en leegde daarvan de inhoud op dezelfde plek waar het ijzervijlsel lag, en begon alles door elkaar en in het tapijt te wrijven.
"
Zo, lekker smerig." sprak de oudste. "Maar dat geeft niet, meneer! De Atilla 2000 krijgt dit allemaal uit het tapijt. Dat garandeer ik u. Ik durf zelfs te beweren dat als haar dit niet lukt, ik die rotzooi persoonlijk bij u van de vloer eet! Wat zegt u daarvan?!"
Toen Josef antwoordde met: 'Nou, dan wens ik u smakelijk eten, want ik heb geen electriciteit!',
begreep ik zijn reactie wat betreft de wekkerradio zelfs volkomen.