Coupe

Koop en ik waren voor de derde maal naar een discotheek geweest.
Ook nu was al snel duidelijk geworden dat wij enigszins uit de toon vielen.
De geruite katoenen overhemden, de boeties en de kapsels die modern waren in de Krimoorlog,
hadden voordien bij het verstoppertje spelen nooit een rol gespeeld.
Hier echter bleken deze zaken juist van grote betekenis te zijn. Daarnaast had Koop knielappen in de vorm van appeltjes op zijn corduroy, waarin hij ook nog eens aan de vogeltjesdans meedeed.
Hetgeen niet bepaald bevorderlijk is betreffende het gewenste contact met het vrouwelijk schoon.
Maar ach, wij waren zestien en wisten niet beter.
Mijn zus pretendeerde, na enkele vragen van mij omtrent deze kwestie, dat zij het wel wist, en bood haar hulp aan. Nu had ik hier weinig oren naar; ooit had zij beweerd, een uur voordat ik verwacht werd op een klassenavond, dat zij mij er veel leuker uit kon laten zien door mijn haar een ietsje te veranderen met het wafelijzer.
Ooit Benny Nijman gezien nadat hij 380 Volt door zijn donder had gekregen?
Nou, die avond dachten velen van wel. En ik zag er inderdaad leuker uit.
Er hebben wat mensen gelachen.
Nu, na mij ervan overtuigd te hebben dat ze geen grappige bedoelingen met mij had
en de twijfel in mijn ogen te hebben aanschouwd, bracht ze zeer gedecideerd de opmerking:
"
Jullie zijn een coupe soleil nodig."
Ik wist niet precies wat dat was, antwoordde dan ook met:
"
Ik kan toch moeilijk met een sorbet een discotheek binnenkomen?"
Maar, ik bleek de plank geheel mis te slaan.
Wederom bleek het iets met het kapsel van doen te hebben.
En het moet opnieuw gezegd, ze bracht het leuk. Het kreng.
Natuurlijk konden Koop en ik ons niet zo'n kapsel bij de gediplomeerde kapper laten aanmeten.
Dat zou voor ons als zestienjarigen veel te duur worden, maar dat hoefde ook niet; zus zou ons
persoonlijk een nieuwe haardracht doen toekomen.
Ene zaterdagavond, een paar uren voordat wij ons in het nachtleven van Lemmer wilden begeven,
arriveerden wij bij mevrouw Sassoon en kregen onmiddellijk een kap over de haren getrokken. Een soort vooroorlogse vliegeniershelm leek er nog het meest op, maar dan van dun plastic.
Door nu in een gelijkmatig verdeeld patroon haren door het plastic naar buiten te trekken, en die later te bleken, ontstond dan de coupe soleil. Althans die behoorde te ontstaan.
Zusjelief trok namelijk de kleine plukjes haar niet in een gelijkmatig verdeeld patroon door het plastic.
Nee, juist zeer onregelmatig en met grove plukken haar, die om onduidellijke redenen
direct gebleekt werden. Ik vroeg nog:
"
Gaat het goed?"
Zij beweerde van wel.
"
Het staat al veel beter."
Over het uiteindelijke resultaat konden wij persoonlijk op dat moment niet oordelen;
de enige spiegel in huis bleek te zijn uitgeleend.
Aangezien dit een standaard badkamerspiegel was behorende bij een wastafel en
gemonteerd met zes bouten, had dit ons al aan het denken moeten zetten.
Maar ach, wij waren zestien en ter goeder trouw.
Koop zag er niet uit. Maar daar keek ik niet vreemd van op.
Pas in de discotheek, toen de ene barman de andere vroeg voor wie die twee cola waren en deze antwoordde met:
"
Voor die twee eksters.",
begon het mij enigszins te dagen,
dat een en ander niet helemaal volgens plan was gegaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

­

 

 ­