communicatie

Als kind waren mijn buurjongen Roel en ik, grote aanhangers van de tv-serie Star-Trek.
Geen aflevering ging onze neus voorbij en op een bepaald moment bereikte onze adoratie zelfs een dusdanig niveau dat wij persoonlijk Star-Trekuniformen in elkaar kwanselden.
Ja, ja, we liepen er buiten ook wel in rond.
En nee, u bent niet de enige die dat wel eens had willen zien.
Nu waren er betreffende de serie eigenlijk maar twee echte hoofdrolspelers en wel: de stoere captain Kirk en de buitenaardse mafketel dokter Spock. U zal u zich dokter Spock nog wel herinneren; dat was de man die van die beukebladeren aan de zijkant van zijn hoofd met zich meedroeg.
De discussie over de rolverdeling was kort.
De rolverdeling wie van ons tweëen captain Kirk, en dus ook dokter Spock zou moeten voorstellen, was nodig voor de fabricage van de uniformen. Maar, Moeder Natuur haarzelf had geregeld dat Roel ook een paar zigeunerschnitsels boven zijn kaken had, en die met wat siliconekit nog gemakkelijk uit te punten waren ook, dus daar was ik het tamelijk snel over eens.
Een van de aardigste zaken van Star-Trek vonden wij het zogenaamde upbeamen.
 Captain Kirk kon zich ergens in een duidelijk ongewoon landschap bevinden tussen duidelijk ongewone figuren. En als de grond hem te heet onder de voeten werd sprak hij de woorden:
"Beam me up, Scotty!", en hij bevond zich weer in de Enterprise.
De kijkers zagen captain Kirk dan vervagen uit het landschap, en twee seconden later verscheen hij kalmaan weer voor zijn manschappen.
Het was Roel en mij duidelijk dat wij nog vele jaren zouden moeten wachten op dergelijke mogelijkheden, maar aangezien wij bij het naspelen van de serie toch wel iets meer overeenkomsten nastreefden dan een balletpak met een driehoek op de borst, besloten wij ons te concentreren op de communicatie. In de serie stonden de hoofdpersonen via een soort intercom in directe verbinding met personen in andere vertrekken, en dat wilden wij ook. Roel had al snel een idee.
"
We snijden een stuk van onze tuinslang af! Die doen we door onze slaapkamerramen, dan kunnen we 's avonds zo met elkaar praten."
"
Die tuinslang van jullie heeft je moeder gisteren net gekocht."
Roel haalde zijn schouders op.
"
Ach, een stukje. Daar merkt ze niets van."
Goed, zo gezegd, zo gedaan. Dezelfde avond stonden wij al met elkaar in verbinding. Aangezien Roel zijn slaapkamer en de mijne niet naast elkaar waren gelegen, was het nog een behoorlijk stukje slang geworden, ongeveer de helft, maar dat mocht de pret niet deren. We spraken en spraken, het werkte uitstekend. Op het laatst schreven we kleine briefjes die we in een propje draaiden en in de slang deden; als we hard bliezen en dat een poosje volhielden kwam ook zo de boodschap over.
Op het allerlaatst, het liep tegen enen, hoorde ik Roel zijn vader op de achtergrond nogal kwaad vragen wat daar gebeurde, en Roel die zich direct daarna in een lichte paniek tot mij wendde met de woorden:
 "Beam me up, Scotty! Beam me up!"
Bijzonder snel werkte ik mijn uiteinde van de tuinslang het raam uit.
Ten eerste zou ik elke betrokkenheid kunnen ontkennen.
Maar ik was hem toch ook niet meer nodig.
Ik kon zo wel horen wat Roel zijn vader van het idee vond.