carnavalsvereniging

Aangezien wij ons hoofd niet voor een vrolijkheidje omdraaiden besloten Berend en ik, jaren geleden, lid te worden van carnavalsvereniging de Oeletoeters. Persoonlijk had het mij altijd al aangetrokken om met een halve pauw op mijn hoofd, en een drankje tussen mijn vingers, enige smartlappen door een zaal te lallen. Berend deed het meer omdat, eenmaal lid van de Oeletoeters, de consumpties gratis zouden zijn. Gelukkig was mijn overbuurman al jaren een gerespecteerd lid van deze carnavalsvereniging. Hij was zelfs een poosje prins geweest, en droeg toen merkwaardig genoeg de naam Jaap de Vierde, hoewel hij normaliter Fred heet, en enigst kind is. Maar goed, je kan je niet overal zorgen over maken, en Berend en ik besloten ons bij hem als lid aan te melden. Diezelfde avond stonden wij voor zijn deur.
"Nou, dat gaat zomaar niet." was zijn nogal ontnuchterend antwoord nadat wij hem onze plannen kenbaar hadden gemaakt.
"En waarom niet?" vroegen wij, omdat we dat wilden weten.
"Carnavalsvereniging de Oeletoeters, onderscheidt zich van andere carnavalsverenigingen door een strikt selectiebeleid betreffende nieuwe leden. Kijk, iedereen kan een mop vertellen, en van nature een vrolijk iemand zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat de selectiecommissie dat persoon bij voorbaat inviteert lid te worden van de vereniging."
Nou, nou, nou, wat een plechtigheid, alsof we de sleutels van Soestdijk vroegen.
"Maar weten jullie wat, kom volgende week zaterdagavond maar naar het dorpshuis. Dan wordt een nieuwe prins gekozen, en dan zal ik jullie direct laten kennismaken met de commissie." Nadat wij Fred gecondoleerd hadden met het heengaan van de oude prins, namen wij afscheid.
Bij binnenkomst van het dorpshuis hadden we waarschijnlijk onmiddellijk een minpunt te pakken. Iedereen was in een driedelig pak gekomen. Weliswaar met een Batmancape over de schouders, maar op chique. Wij niet. Berend had op mijn aanraden zijn Quasimodo-outfit aan, dat scheelde hem aanzienlijk tijd met de make-up. Ikzelf kwam als Peter Pan, inclusief maillot, de zaal binnengehuppeld. Omdat iedereen ons voor enkele ogenblikken nogal nauwkeurig aanschouwde, veronderstelde ik dat de selectieprocedure al begonnen was, en begon gehaast aan een paar bekende dijenkletsers, onderwijl de zaal ronddwarrelend als een zwanger damhert. Berend volgde, zo goed en kwaad als het ging; zijn bult speelde parten.
Aangezien wij veronderstelden dat de commissie ook wel zou willen weten of wij bekend waren met de uitwerking van het gerstenat, huppelden wij door naar de toog en werkten snel een paar glazen naar binnen. De rest van de avond hielden wij deze combinatie in stand: in onze kostuums luid zingend de zaal doorzwevend, gevolgd door het enthousiast tot ons nemen van het geestverruimend vocht, waarna wij de aanwezigen opnieuw verblijden met artistieke hoogstandjes.
Helaas,
op het einde van de avond kwam buurman Frits naar ons toe met de mededeling dat wij door de commissie waren afgewezen. Jammer, hoewel we wel bij de vereniging vandaan kwamen als een oeletoeter, waren we toch niet een geworden.