boksen

Als kind waren Koop en ik groot fan van Mohammed Ali.
De legendarische bokser die wat mij betreft eigenlijk altijd wereldkampioen is gebleven.
De combinatie van zijn charisma, de humor, het verbluffende voetenwerk en de snelheid
waarmee hij zijn tegenstanders teisterde, maakten hem voor mij al op jeugdige leeftijd een held.
Laat in de nacht werd ik, als Mohammed Ali zijn partij moest boksen,
door mijn vader wakker gemaakt, waarna ik beneden in de huiskamer in
mijn pyjamaatje de partij mocht zien, maar daarna weer vlug naar bed moest,
omdat de nieuwe schooldag zich weer vroeg zou aandienen.
Bij Koop thuis ging het precies zo, zo wist ik.
Ook Koop zou die nacht gewekt worden, en ook hij zou mogen aanschouwen
hoe onze held zijn tegenstander zou weten te vloeren.
Zo’n wedstrijd was voor ons, en velen met ons, een groot spektakel.
Dusdanig zelfs dat we er later, tot in onze tienerjaren, nog met bijzonder
veel respect en bewondering op terugkeken. Toch kwam het voor mij als een complete verrassing
toen Koop op zijn twintigste bij ons de keuken binnenkwam, en bloedserieus mededeelde
dat hij zelf met boksen wilde beginnen.
En hij meende het ook.
En het moet gezegd: Koop had talent. Hij groeide ook.
Het futloze vlees dat zijn karkas eens had geteisterd, veranderde na maanden training
in welgevormde spiergroepen, die als touwen tot in de handschoenen liepen.
Daarnaast begon hij na enige tijd iedereen uit zijn klasse koel en
berekend tegen de vlakte te slaan. Alsof hij voor de sport geboren was.
Neemt u mij serieus, alstublieft. Het duurde dan ook niet lang of de coach zocht hem op.
"
Over twee weken heb ik een echte match voor je. Wat zeg je, doen of niet doen?"
Koop twijfelde niet.
"
Doen."
Daar dachten velen, de eerste partij van een glansrijke boksloopbaan.
Twee weken later. De ring werd omgeven door heren in oogverblindende pakken,
in gezelschap van dames van dezelfde visuele kwaliteit. Koop stond in de ring.
Blakend van zelfvertrouwen. Dat veranderde  toen zijn tegenstander, met spiergroepen die
als loopbruggen tot in de handschoenen liepen, de ring binnenkwam. Koop schraapte zijn keel.
"
Zijn eigenlijke tegenstander heeft vanavond afgebeld. Nog een geluk dat Mad Dog
in de zaal zat, anders waren al die mensen voor niets gekomen."
schreeuwde de organisator van de partij naar de coach van Koop, en haalde zijn schouders op.
De coach van Koop slikte ook al eens, maar sprak zijn pupil toch moed in.
Lief.
Maar totaal nutteloos, want nadat de bel had geklonken en Koop
een mokerslag in het middenrif had ontvangen, en ik bedoel hiermee ook echt in het middenrif,
alsmede een serie rotklappen waar een aardige ezel van was neergegaan,
begon hij zijn toekomst te herzien en wilde graag met onmiddellijke ingang
een andere carrière beginnen.
Met zijn laatste krachten, zo leek het, probeerde hij de ring uit te stappen.
De scheidsrechter probeerde hem terug te halen, maar iemand in doodsangst valt
moeilijk te overreden.
Een paar officials poogden de scheidsrechter te helpen,
waarna Koop liet zien dat hij  toch een paar leuke hoeken in huis had.
Een levenslange schorsing volgde, maar dat vond Koop niet erg.
Integendeel.
Hij had het niet anders gewild.