Behang


Familie en andere intimi hebben Piet nog een aantal jaren het voordeel van de twijfel gegund, maar sinds hij tijdens een stroomstoring twee uren op de roltrap van een warenhuis bleef staan wachten, is hij enigszins in aanzien gezakt. Misschien ook dat vanuit die conclusie het telefoontje voortkwam van zijn moeder, die weet dat ik al jaren met Piet bevriend ben, en wellicht ook niet als slimmerd mag worden bestempeld, maar qua logisch verstand klaarblijkelijk toch net iets hoger als haar zoon sta aangeschreven.
“Met Jan.”
“Jan, je spreekt met Piet z’n moeder. Ik heb een vraagje.”
“En die is?” vroeg ik, anders kom je er waarschijnlijk nooit achter.
“Nou, het zit zo: Piet wil morgen behang halen voor in zijn huiskamer. En nu heb ik hem aangeboden dat behang voor hem uit te zoeken, maar dat wil hij niet.”
“Nou, dat is anders toch aardig aangeboden.”
“Ja, maar ik mag mij er niet mee bemoeien, hij denkt dat het mij erbij te duur wordt, omdat ik sprak over: goedkoop is duurkoop. Maar als jij morgen nu eens net doet of je toevallig langs komt en met hem meegaat voor het behang.”
Ja, hiervan heb ik u nog niet op de hoogte gebracht, maar Piet staat bij familie en vrienden tevens bekend als, en laat ik mij voorzichtig uitdrukken, een zuinig persoon. Zou ik mij minder voorzichtig uitdrukken, dan zou ik zeggen dat Piet zijn ondergoed ook nog een keer binnenstebuiten draagt, alvorens het uit te wassen.
“Nou, als ik u daar een plezier mee doe.”
“Dat doe je zeker, maar blauw kwaliteitsbehang. Oke?”
De volgende ochtend was ik al vroeg bij Piet, die wat vreemd opkeek dat ik op dat tijdstip al bij hem voor de deur stond, maar verder geen argwaan had. Onder de koffie vertelde hij mij alles wat ik allang van zijn moeder had gehoord, en ik gaf hem gelijk. Op die manier wist ik er voor te zorgen dat ikzelf mee kon en dat mijn mening ertoe deed. Na de koffie stelde ik voor om te gaan, maar Piet was nog niet klaar. Hij had besloten de vorige bewoner te bellen, om te vragen hoeveel rollen die had gekocht toen hij de kamer moest behangen.
“Ja, meneer van Schwendel. U spreekt met Piet Veerder. Goedemorgen. Zeg, meneer van Schwendel, ik heb even een vraagje.” Typisch, hoe het begin van een telefoongesprek van moeder op zoon kan worden overgedragen.
“Ik wil de huiskamer behangen, en nu vroeg ik mij af hoeveel rollen u de vorige keer heeft gekocht? Dertig? Aha. Nou, dan weet ik genoeg, he. Bedankt, hoor. Dag, meneer van Schwendel.
Bij de behangwinkel had ik Piet zo overtuigd van het gewenste behang. Hij roemde zelfs mijn kennis van kleuren nog. Hetgeen geheel ten onrechte was, want ik heb net zoveel verstand van kleuren als een aalscholver van een kaasplank, maar goed. Terug in de door Piet betrokken woning, zetten wij de behangtafel in het midden van de kamer, stroopten de mouwen op, maakten het stijfsel aan, en het liep gesmeerd. Aan het einde van de middag hadden wij de kamer voltooid. Alleen hadden we nog twaalf rollen over. Met het rood voor de zuinige ogen, het had hem een aardige duit gekost, draaide Piet het nummer van meneer van Schwendel.
“Ja, goedemiddag meneer van Schwendel. U spreekt nogmaals met Piet Veerder. Zeg, u vertelde mij vanochtend toch dat u de vorige keer dertig rollen behang had gekocht voor de huiskamer? Nou, dat heb ik ook gedaan en nu heb ik er twaalf over!” Piet luisterde een moment aandachtig naar het antwoord van meneer Schwendel, kreeg een paar kooltjes aan weerszijden van zijn neus en smeet een ogenblik later de hoorn op de haak.
“En, wat zei van Schwendel?” vroeg ik nieuwsgierig.
“Dat hij dat ook had!” siste Piet.