Band

Ach, het was te voorzien geweest dat het bandje waarvan ik ooit deel uitmaakte geen
lang leven beschoren zou zijn. We waren met ons vieren; Frits op drums, Johan op viool,
Sam op mondharmonica, en ik had een akoestische gitaar. Voor de leken onder u: een houten.
Wij oefenden hard, en regelmatig, maar de instrumenten waren gewoonweg niet geschikt
voor het repertoire dat ons voor ogen stond. Frits zijn vader had gelijk toen hij opmerkte
dat "Jailhouse Rock" met vioolbegeleiding niet klinkt.
Helaas kwamen wij pas tot deze conlusie nadat we al een paar lokale optredens
hadden verzorgd. En korter dan eigenlijk was afgesproken. Voor degenen die bij deze
optredens aanwezig waren, en ze nog herinnerd: mede door de eieren!
Dessalniettemin deed ons dit naar meer smaken. De optredens, bedoel ik. 
Duidelijk was nu echter dat wij het over een andere boeg dienden te gooien.
Wij besloten een lokale, door de wol geverfde, platenproducer te raadplegen, en nodigden
hem uit de volgende zaterdagmiddag langs te komen, om te horen welk repertoire
het meest bij onze muzikale capaciteiten paste.
"
Presenteer je maar als een band die een mengeling van Keltische ballades,
en Mexicaanse traditionals brengt." oordeelde hij die middag wel heel snel,
want we waren nog maar net aan het eerste nummer begonnen,
direct daarop afscheid nemend met de mededeling dat hij nog een afspraak had.
Dat had ons al aan het denken moeten zetten.
Hetgeen niet gebeurde.
Integendeel, wij volgden zijn raad op, kochten elpees met muziek uit de richtingen
die hij had voorgesteld, en oefenden door. Stelletje onnozelen.
Nadat het ons eindelijk, na maanden en naar onze mening,
gelukt was drie nogal Keltische nummers onafgebroken ten gehore te brengen,
zochten wij in euforie de bevestiging dat wij op de goede weg zaten.
Hetgeen Johan zag als een vrijgeleide om ons op te geven voor
een muziekwedstrijd in een groot theater in Leeuwarden.
Er zou veel publiek komen, en een jury die, op het eind van de avond,
bekend zou maken welke band als de provincie´s meest belovende gekwalificeerd mocht worden.     
En daar stonden wij die desbetreffende avond.
Alle bands hadden al gespeeld. En ze speelden goed.
Zo goed zelfs dat het publiek ons, bij de eerste hymne, al liet weten dat zij liever die andere bandjes verder hoorden spelen, en dat de eieren ook in Leeuwarden niet al te duur zijn.
Tot overmaat van ramp bleef, onder het spelen,
Johan zijn strijkstok ook nog eens achter een vioolsnaar steken, waardoor de stok als een pijl uit een boog wegschoot.
Recht op het mannelijke jurylid af, die hem op zijn slaap kreeg.
Waardoor ik nu weet waarom men dat gedeelte van het hoofd zo noemt, want de man liet zich naast zijn stoel glijden en was direct in dromenland.
Met het volle begrip dat de wereldwijde roem nooit zou komen, dropen wij hierna als rauwe omeletten
het podium af, en in de kleedkamer escaleerden de frustraties uiteindelijk tot een zeer fel handgemeen.
Een handgemeen waarbij Frits de kleine trom over Johan zijn fontanellen sloeg, mij daarbij ook wist te beschadigen, waarna ik, puur als reactie,
mijn akoestische gitaar versplinterde op Frits zijn schouderblad.
Met het plotselinge verlies van onze instrumenten, probeerde Sam de sfeer nog op te vijzelen:
"Laten we een acapella band beginnen!"
Maar het kwaad was al geschied.
In de vechtpartij die hierop volgde werd het een ieder duidelijk dat de band,
met onmiddelijke ingang, was ontbonden.