Bad

Op een herfstige vrijdagavond, rond de klok van acht, stapte ik het huis van Koop binnen, en trof hem in de keuken aan. Een kop koffie voor zijn neus, luisterend naar de zielsnijdende blues van Eric Clapton.
Terwijl Koop naar de stereo liep, om de volumeknop naar links te draaien, vroeg ik mij af waarom hij mij gevraagd had langs te komen, want hij had over de telefoon nogal zenuwachtig geklonken.
Nadat hij ook voor mij  een kop koffie had ingeschonken, en ik daadwerkelijk wilde vragen wat er aan de hand was, kwam hij echter zelf al met het antwoord; de kat, Miauw geheten, moest ontvlooid worden.
'Weet je het zeker?' vroeg ik met enige hoop in mijn lijf.
Koop knikte. Geen wonder dat hij zo zenuwachtig had geklonken. Het probleem met Miauw is namelijk dat ze een soort Schwarzenegger onder de katten is. Zelfs de vlooien die ze met zich meedraagt zijn sterker en groter dan de vlooien bij een normale kat, vandaar ook dat een vlooienband niet helpt, en Koop zich gedwongen ziet haar eens in de zoveel maanden te poederen, en met anti-vlooienshampoo te wassen.
En als ze ergens een hekel aan heeft is het wel daaraan.
Hetgeen ze duidelijk maakt door zo volslagen gek te worden dat je over vijf jaar nog over je hele lijf trilt, als een totaal andere kat je aan de andere kant van de straat passeert.
'Wat moeten we doen?' vroeg Koop, met de wanhoop in zijn ogen.
Ik had geen idee.
Natuurlijk had ik de optie om met een excuus te vertrekken,
maar dat kon ik Koop niet aandoen.
We piekerden ons suf, tot ik ineens een idee kreeg.
'Weet je wat we doen? We vullen de badkuip met water,
gooien de anti-vlooienshampoo erbij in, nemen Miauw heel lief mee naar boven,
en laten haar boven het bad ineens los.
Als ze eenmaal aan het water is gewend, en kalm wordt, kun je haar wassen en schrobben.
Daarna hoef je haar alleen nog maar af te drogen.'
Het leek Koop een goed plan. Miauw niet.
Alsof ze helderziend was, dreef ze Koop, die haar met zich meedroeg,
al op de overloop de nagels zodanig in de borstkas dat je geen nagels meer zag.
Waarna ze de poot nog even smakelijk heen en weer haalde,
zodat Koop nu dusdanig littekens op zijn borst heeft staan,
dat de aanblik mij persoonlijk doet denken aan
een potret van Demis Roussos.
 Met een van pijn vertrokken gezicht rende Koop naar het bad,
trok Miauw uit zijn huid en liet haar vallen.
De geluiden die mij hierna ter ore kwamen maakten dat ik de badkamer terstond verliet,
de deur op een kier zette, en op die manier het schouwspel wenste te aanschouwen.
Koop werd nu zo zenuwachtig dat hij een fout maakte.
Hij vergat te wachten tot ze gekalmeerd was, en wilde direct beginnen met het schrobben,
waarna Miauw zich in zijn arm vastbeet om het vege lijf te redden.
Met een tergende schreeuw van pijn en waarschijnlijk pure angst
, deed onze vriend hierop onmiddellijk een poging het gebit van Miauw uit zijn elleboog te verwijderen. Een kans die met beide klauwen door Miauw werd aangegrepen. De aanval die ze hierna op hem uitvoerde, was van een dusdanig bruut gehalte
dat ik in paniek de deur sloot, en er een kast voor schoof.
De wanhoopskreten van Koop ten spijt, schoof ik deze een uur later pas weer op zijn plek,
waarna ik de deur voorzichtig weer opende.
Pas na nog een uur, vol met vleiende woorden en beloftes richting Miauw,
was het veroorloofd dat ik de deur geheel opende,
en dat een zwaar gehavende Koop van de wasdroger kwam.
"Wat kunnen mij die vlooien ook schelen." sprak hij met verwilderde ogen.
Ik was het volledig met hem eens.