Auto

Ondanks het feit dat ik, na een paar eerdere, nogal onfortuinlijk verlopen examens, toch mijn rijbewijs wist te behalen, duurde het nog zeven jaren alvorens ik persoonlijk een vehikel op vier wielen kocht. Een zestien jaar oude, volledig oranje gespoten, VW Jetta uit 1980, en dat voor nog geen duizend gulden. Ach, ik reed er de wereld mee uit, en lette niet op een litertje benzine meer of minder, dat deed die auto ook niet, dus waarom ik dan wel. We tuften door gans het land, zonder ook maar enige schade aan te richten of te incasseren. Hoe anders had dat in de jaren daarvoor gelegen, als ik weer eens noodgedwongen een auto van een ander had moeten lenen of besturen.
Een van de lotgevallen was die keer dat ik de wagen van mijn vader leende om een aanhangwagen, ook geleend, met zand op te halen, voor in de tuin. Buurman Frits hielp een handje, tenminste in theorie, en alles verliep voorspoedig, ware het niet dat wij zand te kort kwamen en wij meer zand moesten gaan halen.
“Ik ga wel achter in de bak zitten. Het is lekker weer, dus dat kan best.” sprak buurman.
Het maakte mij niet uit.
Helemaal niet.
Totdat buurman Frits, op een knie zittend in de aanhangwagen, met een doodsblik in zijn ogen, en zich stevig vasthoudend aan de reling, op de openbare weg met diezelfde aanhangwagen ineens naast mij kwam rijden. Hoe snel de gedachten van een mens kunnen veranderen! Nog knap hoe hij met zijn zestig jaar die katachtige sprong wist te maken en zich het vege lijf wist te redden, door enkel zijn heupen en achterhoofd op te offeren.
De druppel die de welbekende deed overlopen, inmiddels een aantal gebeurtenissen zoals de voorgaande verder, was toen een vriend mijn hulp vroeg. Hij had een andere auto gekocht, die we moesten ophalen in Geleen, waarna hij in de nieuw aangekochte auto naar huis zou rijden en ik met de oude.
Een BMW 3-serie.
Een paar uur later stonden wij voor een garage in Geleen, naast de nieuwe auto, de eigenaar van de garage en de secretaresse. Na wat over de BMW gesproken te hebben vroeg de vrouw of wij, alvorens aan de thuisreis te beginnen, nog trek in een bekertje koffie hadden, en aangezien wij dat hadden liep zij naar binnen om de koffie te gaan halen.
Nog geen twintig seconden later verteld mijn vriend echter dat hij misselijk wordt en toch liever direct naar huis wil. Waarschijnlijk zal de rib uit zijn lijf, die hij zojuist aan de eigenaar van de garage had betaald, hem parten hebben gespeeld.
Goed, we stappen in. Zoals gezegd, hij in de nieuwe auto, ik in de oude auto. Wij starten de motor, schakelen en hoewel wij nu eigenlijk allebei vooruit moesten rijden, lukte alleen mijn vriend dat.
Ik schoot namelijk met een aardige vaart achteruit, zocht als een wilde naar de rem, drukte door de paniek echter het gaspedaal naar beneden en reed door een wand van spiegelglas de zaak binnen, waar ik de rem weer vond, en de secretaresse naast de auto zag staan. Haar zenuwen volledig onder controle.
Tenminste de opmerking:
“Ik had de koffie wel gebracht, hoor.” deed mij dat vermoeden.
Op dat moment dacht: Dit moet anders.
Na het heengaan van de Jetta, kwamen en gingen andere auto’s. En onze huidige bevalt prima, maar mocht ik onverhoopt toch bij u aankloppen voor het lenen van uw wagen, doet u mij een plezier, ook namens de verzekeringsmaatschappij, weiger mij de auto zonder blikken of blozen.
Wees meedogenloos.